Het is mogelijk dat het leeftijdsonderzoek niet met voldoende zekerheid tot een conclusie omtrent de minderjarigheid kan leiden. In deze gevallen kan de betrokkene na verloop van tijd (dit kan zijn binnen één à twee jaar) opnieuw worden opgeroepen voor een leeftijdsonderzoek om te bezien of de botontwikkeling inmiddels zodanig is, dat een voldoende zekere conclusie (met terugwerkende kracht) mogelijk is over de vraag of de vreemdeling meerder- of minderjarig is. Voor een uiteenzetting van het herhaald leeftijdsonderzoek wordt verwezen naar B14/2.4.3.1.
Het herhaald leeftijdsonderzoek kan de volgende resultaten opleveren:
bij herhaald onderzoek wordt de conclusie getrokken dat op grond van een uitgerijpt sleutelbeen de minimumleeftijd van twintig jaar aan de vreemdeling dient te worden toegekend;
de resultaten uit het herhaald leeftijdsonderzoek bevestigen de verklaringen ten aanzien van de opgegeven leeftijd van de vreemdeling.