De IND stelt een minderjarige in de gelegenheid een gehoor te hebben, tenzij dit niet in het belang van het kind is. In dat geval motiveert de IND, waarom de minderjarige geen gelegenheid is geboden om gehoord te worden.
Begeleide minderjarigen kunnen, als ze dat wensen, hun mening schriftelijk naar voren brengen.
Het minderjarige kind en/of de ouder(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger wordt door de IND verzocht aan te geven of de minderjarige gehoord wenst te worden. Dit verzoek wordt zo spoedig aan het minderjarige kind en/of de ouders(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger gedaan.
De IND houdt bij het horen van minderjarigen rekening met de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en de belasting van de minderjarige.
De IND hoort een niet-begeleide minderjarige vreemdeling jonger dan twaalf jaar in beginsel in een speciale daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. De IND hoort een begeleide minderjarige vreemdeling in beginsel niet in een speciaal daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. Als uit een pedagogisch of psychologisch onderzoek blijkt dat een vreemdeling jonger dan twaalf jaar problemen heeft die een gehoor belemmeren, zoekt de IND naar een wijze waarop het nader gehoor kan worden afgenomen, dan wel naar een andere passende oplossing. Gelet op artikel 23, achtste lid, Procedureverordening hebben de vertegenwoordiger en de gemachtigde tijdens het gehoor de gelegenheid vragen te stellen of opmerkingen te maken binnen het kader dat is vastgesteld door de persoon die het onderhoud voert.