Tijdens het gehoor is een tolk beschikbaar die ervoor kan zorgen dat de communicatie tussen de vreemdeling en de persoon die het gehoor voert, goed verloopt, indien een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd.
De vreemdeling wordt gehoord in een taal waaraan hij de voorkeur geeft. Indien echter binnen een redelijke termijn geen tolk beschikbaar is, kan een andere taal worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. De IND hanteert hierbij het uitgangspunt dat de vreemdeling wordt gehoord in een taal waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan.
De IND beschouwt als talen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan in ieder geval:
de officiële taal of één van de officiële talen van het gestelde land van herkomst van de vreemdeling;
één van de lokale voertalen waarin in het gestelde land van herkomst van de vreemdeling onderwijs wordt gegeven;
een taal die in de gestelde streek van herkomst van de vreemdeling feitelijk door een meerderheid van de bevolking wordt gesproken; en
een voertaal of handelstaal die in het gestelde land van herkomst van de vreemdeling op nationaal of regionaal niveau feitelijk tussen sprekers van verschillende talen wordt gebruikt.
Als een vreemdeling stelt tot een minderheid in het land van herkomst te behoren, veronderstelt de IND dat hij naast ten minste één taal die valt onder de hierboven genoemde soorten talen, ook de lokale taal of het dialect van de gestelde minderheid verstaat.
Voor wat betreft een verzoek van de vreemdeling ten aanzien van het geslacht van de tolk is paragraaf C1/5.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
De gemachtigde van de vreemdeling mag op grond van artikel 13, dertiende lid Procedureverordening bij het gehoor aanwezig zijn. Aan het einde van het persoonlijk onderhoud wordt de gemachtigde en eventueel een ander persoon die aanwezig is tijdens het gehoor in gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De gemachtigde en eventueel een ander persoon mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.