Bij de beoordeling of een verblijfsvergunning grond van het categoriaal beschermingsbeleid moet worden verleend, wordt niet in de eerste plaats gekeken of de verklaringen van de asielzoeker die de inhoud van het asielrelaas betreffen, geloofwaardig zijn. Het gaat hier in beginsel immers om de vraag of de asielzoeker behoort tot een categorie die in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning op deze grond. Vanzelfsprekend moeten de identiteits- en nationaliteitsgegevens wel buiten twijfel staan.
De verlening van de verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw vindt categoriaal plaats. De contra-indicaties en de afwijzingsgronden (zie C3 en C4) worden hierbij betrokken. Dit kan ertoe leiden dat de vergunning niet wordt verleend, wordt ingetrokken of dat een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt afgewezen (zie C7).
Een bijzondere omstandigheid, die alleen wordt meegewogen bij de beoordeling of aan een individuele asielzoeker categoriale bescherming moet worden geweigerd, is opgenomen in artikel 31, tweede lid, onder j, Vw (zie C4/3.10): de vreemdeling heeft een verblijfsalternatief.