Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 6.1

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-03-2007.

Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning

Een verblijfsvergunning asiel kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vw worden verleend aan de echtgenoot of echtgenote of minderjarig kind van de vreemdeling die een verblijfstitel heeft verkregen op basis van één van de gronden van artikel 29, eerste lid, a tot en met d, Vw.

Artikel 29, eerste lid, onder f, Vw bepaalt dat de verblijfsvergunning asiel voorts kan worden verleend aan de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van een houder van de verblijfsvergunning asiel, verleend op grond van één van de onderdelen a tot en met d, dat hij om die reden behoort tot het gezin van deze vreemdeling.

Cumulatieve vereisten in beide gevallen zijn:

  1. dat de hier bedoelde ‘gezinsleden’ dezelfde nationaliteit hebben als de houder van de verblijfsvergunning asiel;

  2. dat zij feitelijk behoren tot zijn gezin én;

  3. dat zij gelijktijdig met hem zijn ingereisd, dan wel binnen drie maanden nadat de bedoelde vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft verkregen, zijn nagereisd; daarnaast geldt dat een eerdere inreisdatum van een familielid dan de inreisdatum van de hoofdpersoon ook wordt beschouwd als een tijdige nareis.

De driemaandentermijn gaat in op het moment dat de oorspronkelijke verblijfsvergunning wordt verleend. Indien de houder van de verblijfsvergunning asiel in Nederland bij de Visadienst een verzoek om advies heeft ingediend binnen die drie maanden dan wel indien de gezinsleden in het buitenland een mvv aanvragen binnen die drie maanden, wordt dit gezien als een tijdig ingediende aanvraag.

Het moet hier dus gaan om een huwelijk of partnerschap dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven.

Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie kan slechts één vrouw en de uit haar geboren kinderen voor verblijf in aanmerking komen. Van een polygame situatie is sprake, indien de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, met een andere persoon (of meerdere andere personen) tegelijkertijd een huwelijk en/of een relatie is aangegaan (inclusief geregistreerd partnerschap).

Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote alsmede eventuele gezinsleden niet voor toelating in aanmerking.

Onder minder- of meerderjarige kinderen dienen tevens te worden begrepen kinderen van één van de beide echtgenoten of partners uit een eerder huwelijk of relatie, of adoptie- of pleegkinderen die feitelijk tot het gezin behoorden.

De minder- of meerderjarigheid wordt beoordeeld naar Nederlands recht.

Minderjarig zijn kinderen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd of in Nederland geregistreerd zijn en ook nimmer gehuwd of geregistreerd zijn geweest (artikel 1:233 Burgerlijk Wetboek).

In Nederland geboren kinderen

Op het moment dat de ouder op één van de gronden van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met c, Vw in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, komt het in Nederland tijdens de procedure geboren kind in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vw. Op het moment dat de ouder op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, komt het in Nederland tijdens de procedure geboren kind in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op dezelfde grond als de ouder, namelijk op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw (zie voor de procedure ook C11/1.1.3).

Voor kinderen, die in Nederland worden geboren nadat de ouder in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning op grond van één van de gronden van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met d, Vw, dient nog immer een verblijfsvergunning regulier te worden aangevraagd. In deze en alle andere gevallen dan hierboven genoemd is het reguliere vreemdelingenbeleid van toepassing (zie B2 en artikel 3.23 Vb).

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch 06-06-2026 Historisch 05-05-2026 Historisch 25-04-2026 Historisch 23-04-2026 Historisch 04-04-2026 Historisch 03-04-2026 Historisch 25-03-2026 Historisch 11-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-10-2025 Historisch 17-10-2025 Historisch 04-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 12-09-2025 Historisch 25-07-2025 Historisch 03-07-2025 Historisch 20-06-2025 Historisch 19-06-2025 Historisch 04-06-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 11-02-2025 Historisch 06-02-2025 Historisch 31-01-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 20-12-2024 Historisch 29-11-2024 Historisch 15-11-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 23-07-2024 Historisch 16-07-2024 Historisch 03-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 04-06-2024 Historisch 25-04-2024 Historisch 03-04-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 28-03-2024 Historisch 24-02-2024 Historisch 26-01-2024 Historisch 17-01-2024 Historisch 12-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-12-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 02-09-2023 Historisch 29-08-2023 Historisch 13-07-2023 Historisch 07-07-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 22-06-2023 Historisch 31-05-2023 Historisch 05-05-2023 Historisch 22-04-2023 Historisch 01-04-2023 Historisch 11-03-2023 Historisch 11-02-2023 Historisch 09-02-2023 Historisch 07-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 10-11-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 29-09-2022 Historisch 27-09-2022 Historisch 18-08-2022 Historisch 22-07-2022 Historisch 21-07-2022 Historisch 07-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 08-06-2022 Historisch 26-05-2022 Historisch 04-05-2022 Historisch 03-05-2022 Historisch 13-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 05-03-2022 Historisch 15-02-2022 Historisch 05-02-2022 Historisch 06-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 18-11-2021 Historisch 15-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-09-2021 Historisch 10-08-2021 Historisch 24-07-2021 Historisch 16-07-2021 Historisch 14-07-2021 Historisch 09-07-2021 Historisch 06-07-2021 Historisch 25-06-2021 Historisch 09-04-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 19-02-2021 Historisch 14-01-2021 Historisch 31-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 15-09-2020 Historisch 06-08-2020 Historisch 09-07-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 07-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 20-05-2020 Historisch 14-05-2020 Historisch 12-05-2020 Historisch 24-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 18-03-2020 Historisch 15-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 07-04-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 29-11-2006 Historisch 19-11-2006 Historisch 16-11-2006 Historisch 13-10-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 14-09-2006 Historisch 02-09-2006 Historisch 27-08-2006 Historisch 13-08-2006 Historisch 02-08-2006 Historisch 16-07-2006 Historisch 24-06-2006 Historisch 23-06-2006 Historisch 28-04-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 24-02-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 29-01-2006 Historisch 15-01-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 04-12-2005 Historisch 28-11-2005 Historisch 16-11-2005 Historisch 03-11-2005 Historisch 23-10-2005 Historisch 07-10-2005 Historisch 03-10-2005 Historisch 02-10-2005 Historisch 04-09-2005 Historisch 01-09-2005 Historisch 24-08-2005 Historisch 14-08-2005 Historisch 16-07-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 26-06-2005 Historisch 11-06-2005 Historisch 10-06-2005 Historisch 03-06-2005 Historisch 28-05-2005 Historisch 22-05-2005 Historisch 15-04-2005 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 04-12-2005

Tekst van deze versie

TenEen aanzienverblijfsvergunning vanasiel asielzoekerskan uitop China is geen besluit genomen in de zingrond van artikel 4329, Vreemdelingenwet.eerste lid, onder e, Vw worden verleend aan de echtgenoot of echtgenote of minderjarig kind van de vreemdeling die een verblijfstitel heeft verkregen op basis van één van de gronden van artikel 29, eerste lid, a tot en met d, Vw.

Artikel 29, eerste lid, onder f, Vw bepaalt dat de verblijfsvergunning asiel voorts kan worden verleend aan de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van een houder van de verblijfsvergunning asiel, verleend op grond van één van de onderdelen a tot en met d, dat hij om die reden behoort tot het gezin van deze vreemdeling.

Cumulatieve vereisten in beide gevallen zijn:

  1. dat de hier bedoelde ‘gezinsleden’ dezelfde nationaliteit hebben als de houder van de verblijfsvergunning asiel;
  2. dat zij feitelijk behoren tot zijn gezin én;
  3. dat zij gelijktijdig met hem zijn ingereisd, dan wel binnen drie maanden nadat de bedoelde vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft verkregen, zijn nagereisd; daarnaast geldt dat een eerdere inreisdatum van een familielid dan de inreisdatum van de hoofdpersoon ook wordt beschouwd als een tijdige nareis.

De driemaandentermijn gaat in op het moment dat de oorspronkelijke verblijfsvergunning wordt verleend. Indien de houder van de verblijfsvergunning asiel in Nederland bij de Visadienst een verzoek om advies heeft ingediend binnen die drie maanden dan wel indien de gezinsleden in het buitenland een mvv aanvragen binnen die drie maanden, wordt dit gezien als een tijdig ingediende aanvraag.

Het moet hier dus gaan om een huwelijk of partnerschap dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven.

Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie kan slechts één vrouw en de uit haar geboren kinderen voor verblijf in aanmerking komen. Van een polygame situatie is sprake, indien de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, met een andere persoon (of meerdere andere personen) tegelijkertijd een huwelijk en/of een relatie is aangegaan (inclusief geregistreerd partnerschap).

Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote alsmede eventuele gezinsleden niet voor toelating in aanmerking.

Onder minder- of meerderjarige kinderen dienen tevens te worden begrepen kinderen van één van de beide echtgenoten of partners uit een eerder huwelijk of relatie, of adoptie- of pleegkinderen die feitelijk tot het gezin behoorden.

De minder- of meerderjarigheid wordt beoordeeld naar Nederlands recht.

Minderjarig zijn kinderen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd of in Nederland geregistreerd zijn en ook nimmer gehuwd of geregistreerd zijn geweest (artikel 1:233 Burgerlijk Wetboek).

In Nederland geboren kinderen

Op het moment dat de ouder op één van de gronden van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met c, Vw in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, komt het in Nederland tijdens de procedure geboren kind in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vw. Op het moment dat de ouder op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, komt het in Nederland tijdens de procedure geboren kind in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op dezelfde grond als de ouder, namelijk op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw (zie voor de procedure ook C11/1.1.3).

Voor kinderen, die in Nederland worden geboren nadat de ouder in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning op grond van één van de gronden van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met d, Vw, dient nog immer een verblijfsvergunning regulier te worden aangevraagd. In deze en alle andere gevallen dan hierboven genoemd is het reguliere vreemdelingenbeleid van toepassing (zie B2 en artikel 3.23 Vb).

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)