Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 6.3

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2020.

Veilig derde land

In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:

  1. artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw;

  2. artikel 3.106a, Vb;

  3. artikel 3.37e, VV.

Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.

De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:

  1. de vreemdeling moet onderbouwen dat het derde land waarmee de vreemdeling een band heeft voor hem niet als veilig kan worden aangemerkt; en

  2. de IND onderzoekt of het derde land waarmee de vreemdeling een band heeft voor hem niet als veilig kan worden aangemerkt.

De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.

De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:

  1. de echtgenoot of partner van de vreemdeling heeft de nationaliteit van dat land;

  2. in dat land is eerstelijns of directe familie woonachtig van de vreemdeling, waarmee nog contact is; of

  3. de vreemdeling heeft eerder in dat land verbleven.

De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in artikel 43 Vw van toepassing is.

De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch 06-06-2026 Historisch 05-05-2026 Historisch 25-04-2026 Historisch 23-04-2026 Historisch 04-04-2026 Historisch 03-04-2026 Historisch 25-03-2026 Historisch 11-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-10-2025 Historisch 17-10-2025 Historisch 04-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 12-09-2025 Historisch 25-07-2025 Historisch 03-07-2025 Historisch 20-06-2025 Historisch 19-06-2025 Historisch 04-06-2025 Historisch 04-04-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 11-02-2025 Historisch 06-02-2025 Historisch 31-01-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 20-12-2024 Historisch 29-11-2024 Historisch 15-11-2024 Historisch 25-07-2024 Historisch 23-07-2024 Historisch 16-07-2024 Historisch 03-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 04-06-2024 Historisch 25-04-2024 Historisch 03-04-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 28-03-2024 Historisch 24-02-2024 Historisch 26-01-2024 Historisch 17-01-2024 Historisch 12-01-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-12-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 02-09-2023 Historisch 29-08-2023 Historisch 13-07-2023 Historisch 07-07-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 22-06-2023 Historisch 31-05-2023 Historisch 05-05-2023 Historisch 22-04-2023 Historisch 01-04-2023 Historisch 11-03-2023 Historisch 11-02-2023 Historisch 09-02-2023 Historisch 07-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 10-11-2022 Historisch 05-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 29-09-2022 Historisch 27-09-2022 Historisch 18-08-2022 Historisch 22-07-2022 Historisch 21-07-2022 Historisch 07-07-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 08-06-2022 Historisch 26-05-2022 Historisch 04-05-2022 Historisch 03-05-2022 Historisch 13-04-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 05-03-2022 Historisch 15-02-2022 Historisch 05-02-2022 Historisch 06-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 18-11-2021 Historisch 15-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 23-09-2021 Historisch 10-08-2021 Historisch 24-07-2021 Historisch 16-07-2021 Historisch 14-07-2021 Historisch 09-07-2021 Historisch 06-07-2021 Historisch 25-06-2021 Historisch 09-04-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 19-02-2021 Historisch 14-01-2021 Historisch 31-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 15-09-2020 Historisch 06-08-2020 Historisch 09-07-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 07-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 20-05-2020 Historisch 14-05-2020 Historisch 12-05-2020 Historisch 24-04-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 18-03-2020 Historisch 15-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 07-04-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 29-11-2006 Historisch 19-11-2006 Historisch 16-11-2006 Historisch 13-10-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 14-09-2006 Historisch 02-09-2006 Historisch 27-08-2006 Historisch 13-08-2006 Historisch 02-08-2006 Historisch 16-07-2006 Historisch 24-06-2006 Historisch 23-06-2006 Historisch 28-04-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 24-02-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 29-01-2006 Historisch 15-01-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 04-12-2005 Historisch 28-11-2005 Historisch 16-11-2005 Historisch 03-11-2005 Historisch 23-10-2005 Historisch 07-10-2005 Historisch 03-10-2005 Historisch 02-10-2005 Historisch 04-09-2005 Historisch 01-09-2005 Historisch 24-08-2005 Historisch 14-08-2005 Historisch 16-07-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 26-06-2005 Historisch 11-06-2005 Historisch 10-06-2005 Historisch 03-06-2005 Historisch 28-05-2005 Historisch 22-05-2005 Historisch 15-04-2005 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-03-2007

Tekst van deze versie

GezinsledenIn vandeze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een vreemdelinguitwerking aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt tegengeworpen, komen op grond van artikel 3.77 en 3.107 Vb in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Het gaat hier dus om contra-indicaties die niet samenhangen met persoonlijke gedragingen of eigenschappen van het ‘gezinslid’ zelf, maarzijn van de vreemdelingvolgende aan wie reeds verblijf is geweigerd.artikelen:

  1. In deze gevallen bestaat, gelet op het belang van de openbare orde, ernstig bezwaar tegen het verblijf van betrokkenen. Er dient immers te worden vermeden dat artikel 1F30a, Vluchtelingenverdrageerste zijnlid, praktischeonder belangc, verliest. Het verlenen van een verblijfstitel aan gezinsleden zou betekenen, dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen in de praktijk vrijwel zeker voor langere tijd feitelijk hier te lande zou kunnen verblijven, mede dankzij de rechten en voorzieningen die de gezinsleden zouden genieten op grond van de verleende verblijfstitel. Gelet op het uitzonderlijke karakter van de gepleegde misdrijven weegt het belang van de openbare orde in Nederland in dit geval zwaarder.Vw;
  2. Eén en ander ligt anders in de situatie waar gezinsleden op zelfstandige gronden (dus op grond van hun eigen relaas) in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Deze gronden worden op de gebruikelijke wijze beoordeeld. Indien aan één of meer gezinsleden op zelfstandige gronden een verblijfsvergunning asiel wordt verleend, betekent dit niet dat de geweigerde vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29,3.106a, eerste lid, onder e of f, Vw. Ook in de beoordeling van deze aanvraag wordt artikel 1F tegengeworpen.Vb;
  3. artikel 3.37e, VV.

Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.

De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:

  1. de vreemdeling moet onderbouwen dat het derde land waarmee de vreemdeling een band heeft voor hem niet als veilig kan worden aangemerkt; en
  2. de IND onderzoekt of het derde land waarmee de vreemdeling een band heeft voor hem niet als veilig kan worden aangemerkt.

De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.

De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:

  1. de echtgenoot of partner van de vreemdeling heeft de nationaliteit van dat land;
  2. in dat land is eerstelijns of directe familie woonachtig van de vreemdeling, waarmee nog contact is; of
  3. de vreemdeling heeft eerder in dat land verbleven.

De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in artikel 43 Vw van toepassing is.

De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)