De beoordeling of een vreemdeling in aanmerking komt voor hervestiging wordt gedaan door de IND. In deze procedure wordt het advies van het COA en/of BMA betrokken. Deze beoordeling vindt plaats voor de komst van de vreemdeling naar Nederland.
Op basis van de door de UNHCR verstrekte informatie besluit de IND of er een toelatingsprocedure wordt gevoerd ten aanzien van een vreemdeling. Indien hiertoe besloten wordt, beoordeelt de IND of de vreemdeling – gelet op het bepaalde in artikel 9, zesde lid, in combinatie met artikel 5, Hervestigingsverordening – te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of ernstige schade en hij daarmee voor een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29, of artikel 29a Vw in aanmerking komt.
De IND betrekt bij die beoordeling of de toelating op grond van artikel 6, eerste lid Hervestigingsverordening geweigerd moet worden. De IND kan de toelating weigeren indien sprake is van situaties zoals beschreven in artikel 6, tweede lid, Hervestigingsverordening. Voor de beoordeling van de omstandigheden zoals neergelegd in artikel 6, tweede lid, onder c en d Hervestigingsverordening, wordt het advies van het COA en/of het BMA betrokken.
Hierna volgt een conclusie van de IND over hervestiging van de vreemdeling, en indien van toepassing, de in artikel 5, vierde lid, Hervestigingsverordening genoemde gelijktijdig voor hervestiging voorgedragen familieleden.
Na de conclusie van de IND, verzorgt het COA een Culturele Oriëntatie training als een verplicht onderdeel van het hervestigingsproces.
De IND stopt de toelatingsprocedure alsnog na een positieve conclusie indien de vreemdeling zijn instemming intrekt (artikel 9, elfde lid Hervestigingsverordening). In de overige gevallen genoemd in het elfde lid kan de IND de toelatingsprocedure alsnog stoppen.
Indien nieuwe informatie of gewijzigde omstandigheden na de conclusie bekend worden bij de IND, kan ook dan overgegaan worden tot weigering. Gewijzigde omstandigheden van de vreemdeling die ertoe leiden dat het niet langer mogelijk is om passende steun te verlenen bij aankomst in Nederland kunnen leiden tot stopzetting of weigering van de toelatingsprocedure. Wanneer relevante informatie ten aanzien van de toelatingsprocedure op een later moment bekend wordt, met name wanneer de vreemdeling dit heeft achtergehouden, kan de toelatingsprocedure ook stopgezet of geweigerd worden, overeenkomstig artikel 6 Hervestigingsverordening.