Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
De vreemdeling valse of vervalste identiteits- of nationaliteitsdocumenten heeft overgelegd en stelt dat deze echt zijn;
De vreemdeling valse informatie heeft verstrekt over zijn identiteit of nationaliteit; of
De vreemdeling relevante informatie of documenten heeft achtergehouden, bijvoorbeeld reisdocumenten met uitreisstempels of het achterhouden van een inreisvisum;
Een andere identiteit of nationaliteit uit de systemen naar voren komt dan opgegeven bij de IND;
Een taalanalyse uitwijst dat de vreemdeling niet vandaan komt waar hij stelt vandaan te komen; of
De vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt zoals beschreven in paragraaf C1/4.2 Vc.
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
Als de vreemdeling documenten in Nederland of in enig ander land waar hij veilig was verliest, zonder dat daarbij sprake is van een zekere opzettelijkheid; of
Als de vreemdeling verklaart dat de documenten zijn afgegeven aan de reisagent, zonder dat daarbij sprake is van een zekere opzettelijkheid.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.