De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het verstrekken van kennelijk inconsequente en tegenstrijdige verklaringen;
Het verstrekken van kennelijk valse verklaringen; of
Het verstrekken van duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen die strijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst.
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.