Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 1

Inleidende bepalingen en definities

Artikel 1.1.2

De verdachte heeft recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn.

Artikel 1.1.3

De verdachte wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

Artikel 1.1.4

Strafvordering heeft plaats op een wijze die recht doet aan de belangen van het slachtoffer.

Artikel 1.1.6 (Definitie opsporing)

Onder de opsporing wordt verstaan het onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen.

Artikel 1.1.7

  1. Onder berechting wordt verstaan de behandeling van een zaak door de rechter in eerste aanleg of in hoger beroep ter bepaling van de gegrondheid van de tegen een verdachte ingestelde vervolging.

  2. Onder het onderzoek op de terechtzitting wordt verstaan het onderzoek op de zitting dat plaatsheeft in het kader van de berechting.

Artikel 1.1.8

  1. Onder rechterlijke beslissingen worden begrepen beslissingen van de rechter-commissaris.

  2. Onder uitspraken worden verstaan rechterlijke beslissingen waarvan de wet voorschrijft dat zij op de zitting worden uitgesproken.

Artikel 1.1.9

  1. Onder eindvonnissen en eindarresten worden verstaan de vonnissen en arresten waarmee de behandeling van de zaak wordt afgesloten.

  2. Onder tussenvonnissen en tussenarresten worden verstaan de vonnissen en arresten die na de aanvang van het onderzoek op de zitting en voorafgaand aan het eindvonnis of eindarrest worden gewezen.

Artikel 1.1.10

  1. Onder minderjarige wordt verstaan een persoon als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

  2. Onder ouder van de minderjarige wordt verstaan de ouder of de voogd die het gezag als bedoeld in artikel 245 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek over de minderjarige uitoefent.

Artikel 1.1.11

Onder elektronische voorziening wordt verstaan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen voorziening ten behoeve van de overdracht van berichten en het indienen van stukken langs elektronische weg.

Artikel 1.1.12 (Elektronische handtekening)

  1. Onder elektronische handtekening wordt verstaan een handtekening die bestaat uit elektronische gegevens die gehecht zijn aan of logisch verbonden zijn met andere elektronische gegevens die worden gebruikt door de ondertekenaar om te ondertekenen.

  2. Onder getekend of ondertekend respectievelijk waarmerken of gewaarmerkt worden, wordt begrepen een ondertekening respectievelijk waarmerking met een elektronische handtekening die voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen ten aanzien van in elk geval het betrouwbaarheidsniveau van authenticatie.

Artikel 1.1.13

  1. Waar een termijn in dagen is uitgedrukt, worden daaronder verstaan vrije dagen, voor zover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt. Waar een termijn in weken is uitgedrukt, worden daaronder verstaan termijnen van zeven vrije dagen, voor zover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt.

  2. Onder jaar wordt verstaan een periode van twaalf maanden, onder maand een periode van dertig dagen, onder dag een periode van vierentwintig uur.

Artikel 1.1.14

Waar van misdrijf in het algemeen of van enig misdrijf in het bijzonder gesproken wordt, wordt daaronder medeplichtigheid aan, poging tot en voorbereiding van dat misdrijf begrepen, voor zover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt.

Artikel 1.1.15

Onder terroristisch misdrijf wordt verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 1.1.16

Onder bedreigde getuige wordt verstaan een getuige ten aanzien van wie door de rechter op grond van artikel 2.10.39 bevel is gegeven dat ter gelegenheid van het verhoor zijn identiteit verborgen wordt gehouden.

Artikel 1.1.17

Onder afgeschermde getuige wordt verstaan een getuige die door de rechter op grond van artikel 2.10.45 als zodanig is aangemerkt.

Artikel 1.1.18

Onder Onze Minister wordt verstaan Onze Minister van Justitie en Veiligheid dan wel Onze Minister voor Rechtsbescherming, al naar gelang wie het aangaat.

← terug naar Nieuw Wetboek van Strafvordering