Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 4

Bijzondere procedures

Artikel 6.4.1

  1. Belanghebbenden kunnen zich beklagen over:

    1. de inbeslagneming van voorwerpen;

    2. het uitblijven van een bevel tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen;

    3. het al dan niet uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2.7.26, derde lid.

  2. Het klaagschrift wordt ingediend bij het gerecht dat de zaak berecht, zal berechten of het laatst heeft berecht, uiterlijk binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak.

  3. Indien onbekend is of berechting zal plaatsvinden, wordt het klaagschrift uiterlijk binnen twee jaar na de inbeslagneming van het voorwerp waarop het beklag betrekking heeft, ingediend bij de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen de inbeslagneming heeft plaatsgevonden. De rechtbank is bevoegd, tenzij de rechtbank voordat met de behandeling van het klaagschrift een aanvang is gemaakt, constateert dat de berechting door een ander gerecht plaatsvindt of zal plaatsvinden. In dat geval wordt het klaagschrift aan dat gerecht overgedragen.

  4. De beslagene kan zich beklagen over het voornemen tot uitoefening van de in artikel 2.7.26, tweede lid, bedoelde bevoegdheid. Het klaagschrift wordt ingediend uiterlijk binnen twee weken nadat de beslagene van dat voornemen in kennis is gesteld.

Artikel 6.4.2

  1. Belanghebbenden, niet zijnde de verdachte, gewezen verdachte of veroordeelde, kunnen zich beklagen over het uitvaardigen van een strafbeschikking houdende aanwijzingen als bedoeld in artikel 3.3.1, derde lid, onderdeel a, b, of c, en over een schikking als bedoeld in artikel 4.4.24 op de grond dat deze aanwijzing of schikking betrekking heeft op hun toekomende voorwerpen en de officier van justitie die de aanwijzing heeft gegeven of de schikking is aangegaan, niet bereid is die voorwerpen terug te geven of de waarde die zij bij verkoop redelijkerwijs hadden moeten opbrengen te vergoeden.

  2. Het klaagschrift wordt uiterlijk binnen drie maanden nadat de verdachte, gewezen verdachte of veroordeelde aan de gegeven aanwijzingen of aan de termen van de schikking heeft voldaan, dan wel de klager met die aanwijzingen of schikking bekend is geworden, ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waar de officier van justitie is aangesteld. Indien de strafbeschikking is uitgevaardigd of een schikking is aangegaan door een officier van justitie bij het landelijk parket, het functioneel parket of het parket centrale verwerking openbaar ministerie, is de rechtbank Amsterdam bevoegd.

Artikel 6.4.3

  1. De belanghebbende, niet zijnde de verdachte of veroordeelde, kan zich beklagen over de bij vonnis, arrest of strafbeschikking opgelegde verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van hem toekomende voorwerpen. Geen beklag staat open indien het bedrag waarop de verbeurdverklaarde voorwerpen bij de uitspraak zijn geschat, is betaald of ingevorderd, dan wel vervangende hechtenis is toegepast.

  2. De belanghebbende kan zich beklagen over de onttrekking aan het verkeer van hem toekomende voorwerpen bij een beslissing als bedoeld in artikel 6.4.12, tenzij hij bij de behandeling van de desbetreffende vordering is gehoord, althans daartoe is opgeroepen, of tegen de beslissing beroep in cassatie heeft ingesteld.

  3. Het klaagschrift wordt binnen drie maanden nadat de beslissing tot verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer uitvoerbaar is geworden, ingediend bij het gerecht dat de beslissing in hoogste feitelijke aanleg heeft genomen.

Artikel 6.4.4

Indien het inbeslaggenomen voorwerp een geautomatiseerd werk of een gegevensdrager betreft, geeft de belanghebbende in zijn klaagschrift aan of het beklag zich mede uitstrekt tot daarin opgeslagen gegevens of over de na de inbeslagneming overgenomen gegevens.

Artikel 6.4.5

  1. Belanghebbenden kunnen zich beklagen over:

    1. het overnemen van gegevens en het bevelen gegevens te verstrekken, met het oog op teruggave of vernietiging van die gegevens;

    2. het ontoegankelijk maken van gegevens;

    3. het bevel tot het bewaren en beschikbaar houden van gegevens.

  2. Artikel 6.4.1, tweede lid is van toepassing. Artikel 6.4.1, derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het klaagschrift uiterlijk binnen twee jaar na de handeling waarop het beklag betrekking heeft, wordt ingediend.

Artikel 6.4.6

  1. Het gerecht stelt de officier van justitie in kennis van een ingediend klaagschrift.

  2. De officier van justitie stelt het gerecht in kennis van wie naar zijn oordeel heeft te gelden als rechthebbende van het voorwerp of van de gegevens, en of hem andere belanghebbenden bekend zijn en zo ja welke.

  3. Het gerecht stelt de beslagene, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, direct in kennis van het klaagschrift. In de gevallen dat de beslagene zelf een klaagschrift kan indienen, wordt hij daarvan in kennis gesteld.

  4. Het gerecht stelt degene bij wie de gegevens zijn overgenomen of ontoegankelijk gemaakt of die de gegevens heeft verstrekt of bewaart en beschikbaar houdt, indien hij niet de klager is, direct in kennis van het klaagschrift. In de gevallen dat de betrokkene zelf een klaagschrift kan indienen, wordt hij daarvan in kennis gesteld.

  5. Het gerecht stelt tevens andere bekende belanghebbenden van het klaagschrift in kennis. De belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld zelf binnen twee weken na de kennisgeving een klaagschrift in te dienen over dezelfde voorwerpen of gegevens. Eveneens worden zij in de gelegenheid gesteld tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. De kennisgeving geldt daarbij als oproeping.

Artikel 6.4.7

  1. De officier van justitie wordt in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken te reageren op het klaagschrift.

  2. De raadkamer kan zonder onderzoek op de zitting een beslissing nemen over het klaagschrift indien de reactie van de officier van justitie inhoudt dat:

    1. tot teruggave van het voorwerp is besloten of het voorwerp is teruggegeven;

    2. de gegevens worden teruggegeven of vernietigd dan wel de gegevens zijn teruggegeven of vernietigd;

    3. de ontoegankelijkmaking van de gegevens ongedaan is of wordt gemaakt;

    4. het bevel tot het bewaren en beschikbaar houden van de gegevens is of wordt opgeheven.

Artikel 6.4.8

  1. In het geval van een klaagschrift als bedoeld in artikel 6.4.2 wordt tevens de verdachte, gewezen verdachte of veroordeelde in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.

  2. Het onderzoek op de zitting vangt binnen twee maanden na ontvangst van het klaagschrift aan.

Artikel 6.4.9

  1. Acht de raadkamer het klaagschrift gegrond of deels gegrond, dan neemt het de daarmee overeenkomende beslissing en – indien van toepassing – herroept het de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer dan wel verklaart het de aanwijzingen onderscheidenlijk de schikking vervallen.

  2. Bij de herroeping van een verbeurdverklaring kan de raadkamer de voorwerpen aan het verkeer onttrokken verklaren, indien zij daarvoor vatbaar zijn. De artikelen 33b en 33c van het Wetboek van Strafrecht, en artikel 6:1:12, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. De beslissing wordt direct aan de klager betekend.

Artikel 6.4.10

  1. Op een bevel, gegeven met betrekking tot een voorwerp, is artikel 2.7.29 van overeenkomstige toepassing.

  2. Met hetgeen onder de Staat berust als verbeurdverklaarde of aan het verkeer onttrokken verklaarde voorwerpen wordt, zolang de mogelijkheid van herroeping van de straf of maatregel bestaat, gehandeld overeenkomstig de artikelen 2.7.28 en 2.7.31.

Artikel 6.4.11

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van de klaagschriften, de wijze waarop deze moeten worden ingediend en de vorm van de beslissingen op deze klaagschriften.

Artikel 6.4.12

  1. Bevoegd tot het nemen van beslissingen als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onderdeel 4°, van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank waarvoor de zaak is berecht of had kunnen worden berecht.

  2. De beslissing wordt alleen genomen op een gemotiveerde vordering van de officier van justitie.

  3. De vordering en de oproeping voor de zitting worden betekend aan de belanghebbende, zo deze bekend is.

  4. De beslissing wordt direct aan de belanghebbende, zo deze bekend is, betekend.

Artikel 6.4.13

  1. Bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing op een gemotiveerde vordering van de officier van justitie kan worden bevolen dat ontoegankelijk gemaakte gegevens worden vernietigd indien het gegevens betreft:

    1. met betrekking tot welke of met behulp waarvan een strafbaar feit is begaan;

    2. die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang,

    voor zover de vernietiging noodzakelijk is ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten.

  2. Bevoegd tot het nemen van de beslissing is de rechtbank waarvoor de zaak is berecht of had kunnen worden berecht.

  3. De vordering en de oproeping voor de zitting worden aan de belanghebbende, zo deze bekend is, betekend.

  4. De beslissing wordt zo spoedig mogelijk aan de belanghebbende, zo deze bekend is, betekend.

  5. Indien het gerecht de vordering afwijst, beveelt het dat de ontoegankelijkmaking van gegevens ongedaan wordt gemaakt.

Artikel 6.4.14

Tegen de beslissing van de raadkamer op het beklag kan door de officier van justitie beroep in cassatie worden ingesteld binnen twee weken na de dagtekening van de beslissing, en door de klager binnen twee weken na de betekening.

Artikel 6.4.15

  1. De officier van justitie en de belanghebbende kunnen beroep in cassatie instellen tegen de beslissing van de rechtbank, bedoeld in de artikelen 6.4.12 en 6.4.13.

  2. De termijn voor het instellen van beroep voor de officier van justitie is twee weken na de dagtekening van de beslissing. Voor de belanghebbende is de termijn twee weken na de betekening.

← terug naar Nieuw Wetboek van Strafvordering