Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 2

Het instellen en indienen, intrekken en afstand doen van gewone rechtsmiddelen

Artikel 5.2.1

  1. Verzet tegen een strafbeschikking wordt ingesteld bij het parket dat in de strafbeschikking wordt vermeld.

  2. Andere gewone rechtsmiddelen worden ingesteld of ingediend bij de griffie van het gerecht waardoor of waarbij de bestreden beslissing is genomen of dat bevoegd is te oordelen over het tegen een beslissing of handeling van het openbaar ministerie gerichte bezwaarschrift of klaagschrift.

Artikel 5.2.2

  1. Een rechtsmiddel dat aan het openbaar ministerie is toegekend, wordt ingesteld door de officier van justitie of, in het geval het rechtsmiddel zich richt tegen een beslissing van het gerechtshof, de advocaat-generaal.

  2. In andere gevallen wordt het rechtsmiddel ingesteld of ingediend door degene die het rechtsmiddel aanwendt, dan wel, namens deze, door:

    1. een advocaat die verklaart dat hij daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt specifiek is gemachtigd;

    2. een vertegenwoordiger die daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt specifiek schriftelijk is gemachtigd.

  3. Verzet, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie worden ingesteld:

    1. langs elektronische weg, op bij algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze;

    2. door overdracht van een ondertekend bericht, via de post; of

    3. door mededeling.

  4. Een bezwaarschrift en een klaagschrift worden ingediend:

    1. langs elektronische weg, op bij algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze;

    2. door overdracht van een ondertekend bericht, via de post; of

    3. door afgifte.

  5. Officieren van justitie, advocaten-generaal en advocaten kunnen een rechtsmiddel alleen instellen of indienen langs elektronische weg.

Artikel 5.2.3

  1. Degene die is ingesloten in een huis van bewaring, gevangenis of rijksinstelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel j, van de Wet forensische zorg, dan wel in een inrichting waar een vrijheidsbenemende straf of maatregel wordt tenuitvoergelegd als bedoeld in artikel 77h van het Wetboek van Strafrecht, kan ook een rechtsmiddel instellen of indienen door een ondertekend bericht dat hij overdraagt aan het hoofd van de instelling.

  2. Het hoofd van de instelling houdt een register bij waarin hij ieder ingesteld of ingediend rechtsmiddel direct doet vastleggen. Als de dag van de instelling of indiening geldt de dag van vastlegging in dit register.

  3. Van het ondertekend bericht wordt kennis gegeven aan het parket of de griffie, bedoeld in artikel 5.2.1, onder opgave van de datum van vastlegging in het register.

  4. Onze Minister bepaalt het model van het register en kan inzake het bijhouden daarvan nadere regels geven. Het register kan door belanghebbenden worden geraadpleegd.

Artikel 5.2.4

  1. Bij het instellen of indienen van het rechtsmiddel worden in ieder geval vermeld:

    1. de naam van degene die het rechtsmiddel aanwendt, dan wel andere gegevens waarmee zijn identiteit eenvoudig kan worden vastgesteld;

    2. de beslissing of handeling waartegen het rechtsmiddel zich richt;

    3. het rechtsmiddel dat daartegen wordt aangewend.

  2. Indien een advocaat het rechtsmiddel instelt of indient, vermeldt hij tevens zijn naam en kantooradres. De advocaat verklaart daarbij dat hij specifiek tot het instellen of indienen van het rechtsmiddel is gemachtigd. De vertegenwoordiger vermeldt zijn naam en adres en verstrekt de machtiging.

  3. Elk parket en elke griffie houdt een register bij waarin ieder ingesteld of ingediend rechtsmiddel direct wordt vastgelegd. In dat register worden in ieder geval vastgelegd:

    1. de gegevens, vermeld in het eerste en het tweede lid;

    2. de dag waarop het rechtsmiddel is ingesteld of ingediend;

    3. een eventuele beperking van de omvang van het rechtsmiddel.

  4. Aan degene die het rechtsmiddel langs elektronische weg instelt of indient wordt een bevestiging verzonden.

  5. Indien het rechtsmiddel wordt ingesteld door mededeling of ingediend door afgifte, ondertekenen degene die het rechtsmiddel instelt of indient en een medewerker van de griffie dan wel, in geval van verzet, van het parket, een kopie van de registratie uit hoofde van het derde lid. Indien degene die het rechtsmiddel instelt of indient niet kan tekenen, wordt de oorzaak van het beletsel in de kopie vermeld. De kopie wordt uitgereikt aan degene die het rechtsmiddel instelt of indient.

  6. Indien het rechtsmiddel wordt ingesteld of ingediend via de post, wordt de dag van ontvangst op de ingekomen brief vermeld.

  7. De stukken die betrekking hebben op het rechtsmiddel en de ingevolge het derde lid vastgelegde gegevens worden bij de processtukken gevoegd.

Artikel 5.2.5

  1. Op de indiening van schrifturen zijn de artikelen 5.2.2 en 5.2.4 van overeenkomstige toepassing.

  2. Bij een beroep in cassatie dat niet door het openbaar ministerie is ingesteld, kan alleen een daartoe specifiek gemachtigde advocaat schrifturen indienen.

Artikel 5.2.6

  1. Indien de wet niet anders bepaalt, kan een rechtsmiddel worden ingetrokken totdat de behandeling van het rechtsmiddel aanvangt. Een rechtsmiddel dat is ingetrokken, kan niet opnieuw worden ingesteld of ingediend.

  2. De artikelen 5.2.1 tot en met 5.2.4 zijn op de intrekking van een rechtsmiddel van overeenkomstige toepassing.

  3. Indien de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld, is ook de advocaat-generaal bevoegd tot intrekking van het hoger beroep. Intrekking vindt in dat geval plaats bij de griffie van het gerechtshof.

Artikel 5.2.7

  1. Van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen of in te dienen kan afstand worden gedaan zo lang de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel nog niet is verstreken. De artikelen 5.2.1 tot en met 5.2.4 zijn op het afstand doen van een rechtsmiddel van overeenkomstige toepassing, onverminderd het tweede en derde lid.

  2. Indien een zaak door een enkelvoudige kamer is behandeld, kan ook op de terechtzitting afstand worden gedaan van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen. De mogelijkheid daartoe wordt aan de verdachte meegedeeld. De uitdrukkelijk gemachtigde raadsman kan niet op de terechtzitting afstand doen van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen.

  3. Dat op de terechtzitting afstand is gedaan van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting dan wel, indien het vonnis of arrest wordt aangetekend op de wijze, voorzien in artikel 4.5.9, in die aantekening vermeld.

  4. Afstand van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen of in te dienen kan niet worden herroepen.

Artikel 5.2.8

  1. Het gerecht zorgt ervoor dat het openbaar ministerie, procespartijen en slachtoffers langs elektronische weg kennis kunnen nemen van rechtsmiddelen die volgens het door de griffie van het gerecht bijgehouden register zijn ingesteld of ingediend in hun zaak. Indien niet langs elektronische weg kennis kan worden genomen van rechtsmiddelen die volgens het register zijn ingesteld of ingediend, worden het openbaar ministerie alsmede procespartijen en slachtoffers die een elektronisch adres hebben opgegeven dan wel door een raadsman of advocaat worden bijgestaan, in kennis gesteld van het instellen, indienen, intrekken en afstand doen van rechtsmiddelen voor zover dat in het register is vastgelegd.

  2. Indien een procespartij of het slachtoffer wordt bijgestaan door een raadsman of advocaat, volstaat het als deze kennis kan nemen of in kennis wordt gesteld van het instellen, indienen, intrekken en afstand doen van rechtsmiddelen, voor zover dat in het register is vastgelegd.

  3. Elke belanghebbende kan kennisnemen van wat bij het parket en de griffie, bedoeld in artikel 5.2.1, in het register is vastgelegd over het instellen, indienen, intrekken en afstand doen van rechtsmiddelen.

  4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de verplichting van het eerste lid. Die regels kunnen beperkingen inhouden van de verplichting tot het in kennis stellen. Zij kunnen tevens inhouden dat een verplichting tot in kennis stellen niet rust op het gerecht maar op het openbaar ministerie.

Artikel 5.2.9

  1. Indien de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld tegen een eindvonnis, stelt hij de verdachte hiervan direct in kennis.

  2. Indien de advocaat-generaal beroep in cassatie heeft ingesteld tegen een eindarrest, stelt hij de verdachte hiervan direct in kennis.

  3. De verdachte wordt eveneens direct in kennis gesteld van de intrekking door het openbaar Ministerie van het hoger beroep tegen een eindvonnis dan wel het beroep in cassatie tegen een eindarrest.

  4. Een kennisgeving als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid wordt betekend.

← terug naar Nieuw Wetboek van Strafvordering