Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 2

Bezwaarschrift tegen de procesinleiding

Artikel 3.2.1

  1. De verdachte kan tegen de procesinleiding binnen een maand na de betekening ervan een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank.

  2. Indien de procesinleiding is ingediend bij de politierechter en de termijn van oproeping minder dan een maand bedraagt, moet het bezwaarschrift worden ingediend vóór het tijdstip van de terechtzitting dat in de oproeping is vermeld.

  3. Indien de procesinleiding is ingediend bij de kantonrechter is een bezwaarschrift niet toegelaten.

Artikel 3.2.2

  1. De rechtbank bepaalt wanneer het bezwaarschrift wordt behandeld.

  2. Indien de procesinleiding is ingediend bij de politierechter, vindt de behandeling van het bezwaarschrift plaats op het tijdstip dat in de oproeping is vermeld. De verdachte behoeft in dat geval voor de behandeling van het bezwaarschrift niet afzonderlijk te worden opgeroepen.

  3. Het onderzoek op de terechtzitting wordt niet aangevangen voordat onherroepelijk op het bezwaarschrift is beslist.

  4. De behandeling van het bezwaarschrift door de rechtbank is niet openbaar.

Artikel 3.2.3

  1. Indien de rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is het strafbare feit te berechten, verklaart zij zich onbevoegd.

  2. Indien de rechtbank van oordeel is dat:

    1. de officier van justitie klaarblijkelijk niet-ontvankelijk is;

    2. onvoldoende aanwijzing van schuld van de verdachte aan het tenlastegelegde feit aanwezig is; of

    3. het tenlastegelegde feit of de verdachte klaarblijkelijk niet strafbaar is,

    verklaart zij het bezwaarschrift gegrond en stelt zij de verdachte buiten vervolging. Indien de tenlastelegging betrekking heeft op meerdere feiten, kan zij de verdachte voor een of meer van deze feiten buiten vervolging stellen.

  3. In alle andere gevallen verklaart de rechtbank hetzij de verdachte niet-ontvankelijk in zijn bezwaarschrift, hetzij het bezwaarschrift geheel of gedeeltelijk ongegrond.

Artikel 3.2.4

Na een buitenvervolgingstelling kan de gewezen verdachte niet opnieuw worden vervolgd voor hetzelfde feit, behoudens in het geval nieuwe bezwaren bekend zijn geworden. Artikel 3.4.3, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Nieuw Wetboek van Strafvordering