Op verzoek van een procespartij kan elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 2
Artikel 6.2.2
-
Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.
-
Het verzoek is gemotiveerd. Tijdens het onderzoek op de zitting kan het verzoek ook mondeling worden gedaan. Indien het verzoek tijdens het onderzoek op de zitting wordt gedaan, wordt het onderzoek geschorst.
-
Alle feiten of omstandigheden worden tegelijk voorgedragen.
-
Een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.
Artikel 6.2.3
Een rechter van wie wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
Artikel 6.2.4
-
Het verzoek om wraking wordt zo spoedig mogelijk behandeld door een meervoudige kamer waarin de rechter van wie wraking is verzocht, geen zitting heeft. In de gevallen waarin het verzoek om wraking niet is gedaan tijdens een openbare zitting, is de behandeling van het verzoek om wraking niet openbaar.
-
De verzoeker en de rechter van wie wraking is verzocht, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De meervoudige kamer kan ambtshalve of op verzoek van de verzoeker of van de rechter van wie wraking is verzocht, bepalen dat zij niet in elkaars aanwezigheid worden gehoord.
-
De meervoudige kamer kan zonder onderzoek op de zitting de niet-ontvankelijkheid van de verzoeker uitspreken indien het verzoek om wraking kennelijk niet-ontvankelijk is.
-
De meervoudige kamer beslist zo spoedig mogelijk. De beslissing is gemotiveerd. De verzoeker, het openbaar ministerie en de rechter van wie wraking is verzocht worden direct van de beslissing in kennis gesteld.
-
In geval van misbruik kan de meervoudige kamer bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Dit wordt in de beslissing vermeld.
Artikel 6.2.5
-
Op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 6.2.1 kan elk van de rechters die een zaak behandelt, het gerecht verzoeken zich te verschonen.
-
Het verzoek is gemotiveerd. Tijdens het onderzoek op de zitting kan het verzoek ook mondeling worden gedaan. Wordt het verzoek gedaan tijdens het onderzoek op de zitting, dan wordt het onderzoek geschorst.
Artikel 6.2.6
-
Het verzoek om verschoning wordt zo spoedig mogelijk behandeld door een meervoudige kamer waarin de rechter die om verschoning heeft verzocht, geen zitting heeft. In de gevallen waarin het verzoek om verschoning niet is gedaan tijdens een openbare zitting, is de behandeling van het verzoek om verschoning niet openbaar.
-
De meervoudige kamer beslist zo spoedig mogelijk. De beslissing is gemotiveerd en wordt direct ter kennis gebracht van de rechter die om verschoning heeft verzocht en van de procespartijen.
Artikel 6.2.7
-
Een geschil over rechtsmacht bestaat:
indien twee of meer rechters zich gelijktijdig bevoegd achten tot onderzoek in dezelfde zaak;
indien twee of meer rechters zich tot onderzoek van dezelfde zaak onbevoegd verklaren en hun beslissingen met elkaar in strijd zijn.
-
Onder rechters zijn in deze titel begrepen de personen of colleges, aan welke bij bijzondere wetten rechtsmacht is opgedragen, met dien verstande dat alleen geschillen waarbij ook gerechten zijn betrokken die tot de rechterlijke macht behoren overeenkomstig de bepalingen van deze titel worden beslecht.
Artikel 6.2.8
-
Bij het bestaan van een geschil over rechtsmacht kan bij de bevoegde rechter een gemotiveerd verzoek tot regeling van rechtsgebied worden ingediend door de officier van de justitie die de bewaring heeft gevorderd, heeft gevorderd dat de rechter-commissaris onderzoek verricht op grond van artikel 2.10.1 of die de procesinleiding heeft ingediend dan wel de advocaat-generaal die het strafbare feit in hoger beroep vervolgt of heeft vervolgd, en door de verdachte.
-
De griffier brengt het verzoekschrift zo spoedig mogelijk ter kennis aan de personen, bedoeld in het eerste lid, voor zover het verzoek niet van hen is uitgegaan.
-
Na de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, zijn de rechters tussen wie het geschil bestaat onbevoegd enig onderzoek in de zaak te verrichten, totdat het geschil onherroepelijk is beslecht. Niettemin kunnen zij spoedeisende maatregelen nemen, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van de officier van justitie of advocaat-generaal, dan wel op verzoek van de verdachte. Elk van de rechters tussen wie het geschil bestaat, kan alle maatregelen nemen die met betrekking tot de voorlopige hechtenis kunnen worden genomen.
-
De tot kennisneming van het geschil bevoegde rechter kan bevelen dat het onderzoek dat de rechter-commissaris verricht op grond van de artikelen 2.10.1 tot en met 2.10.4 zal worden voortgezet.
Artikel 6.2.9
-
De behandeling van het verzoekschrift door de raadkamer is niet openbaar.
-
De raadkamer beslist zo spoedig mogelijk.
-
Bij de beslissing wordt tevens bepaald of en in hoeverre de handelingen en beslissingen van de rechter aan wie het onderzoek van de zaak wordt onttrokken, zullen standhouden.
-
De beslissing wordt zo spoedig mogelijk aan de verdachte betekend. Zij wordt door de griffier direct ter kennis gebracht van de rechters tussen wie het geschil bestaat en van de officier van justitie of de advocaat-generaal.
-
Indien de beslissing door het gerechtshof is genomen staat voor de officier van justitie of de advocaat-generaal binnen twee weken na de beslissing en voor de verdachte binnen twee weken na de betekening van de beslissing beroep in cassatie open. Het tweede en vierde lid zijn op de behandeling van het beroep in cassatie van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6.2.10
-
De rechter kan ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van een procespartij de Hoge Raad een rechtsvraag stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om te beslissen en aan de beantwoording van deze vraag bijzonder gewicht kan worden toegekend, gelet op het met de vraag gemoeide zaaksoverstijgend belang.
-
Voordat de rechter de vraag stelt, worden de procespartijen in de gelegenheid gesteld een standpunt in te nemen over het voornemen om een vraag te stellen, alsmede over de inhoud van de te stellen vraag.
-
De beslissing waarbij de vraag wordt gesteld, vermeldt de relevante feitelijke en juridische context en de standpunten die door de procespartijen zijn ingenomen. Tevens wordt daarin gemotiveerd dat met de beantwoording van de vraag wordt voldaan aan het eerste lid.
-
De griffier brengt de beslissing zo spoedig mogelijk ter kennis van de Hoge Raad.
Artikel 6.2.11
-
Tenzij de Hoge Raad, gehoord de procureur-generaal bij de Hoge Raad, meteen beslist om af te zien van beantwoording van de vraag, stelt hij het openbaar ministerie en de raadsman of advocaat van de betrokken procespartij in de gelegenheid om opmerkingen te maken.
-
De Hoge Raad kan bepalen dat ook derden, door tussenkomst van een advocaat, binnen een daartoe te bepalen termijn in de gelegenheid worden gesteld om opmerkingen te maken. De aankondiging hiervan vindt plaats op een door de Hoge Raad te bepalen wijze.
-
Na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen, neemt de procureur-generaal bij de Hoge Raad conclusie. Het openbaar ministerie en de raadsman of advocaat van de betrokken procespartij kunnen nadat zij in kennis zijn gesteld van de conclusie hun opmerkingen daarbij aan de Hoge Raad ter kennis brengen.
-
De griffier van de Hoge Raad stelt de procespartijen in kennis van de ingekomen opmerkingen van de andere procespartij en derden, alsmede van de conclusie van de procureur-generaal.
-
De Hoge Raad bepaalt binnen welke termijn en op welke wijze de stukken en opmerkingen aan de Hoge Raad worden verstrekt.
Artikel 6.2.12
-
Nadat de procureur-generaal bij de Hoge Raad conclusie heeft genomen, bepaalt de Hoge Raad de dag waarop hij zal beslissen.
-
De Hoge Raad ziet af van beantwoording indien hij oordeelt dat de vraag zich niet voor beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing leent of de vraag van onvoldoende gewicht is om beantwoording te rechtvaardigen. De Hoge Raad kan zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel.
-
Indien het antwoord op de vraag, nadat deze is gesteld, niet meer nodig is voor de beslissing van de rechter kan de Hoge Raad, indien hem dat geraden voorkomt, de vraag desondanks beantwoorden.
-
De griffier van de Hoge Raad stelt de rechter die de vraag heeft gesteld en de procespartijen in kennis van de beslissing. De griffier van de Hoge Raad stelt de rechter die de vraag heeft gesteld eveneens in kennis van de conclusie van de procureur-generaal en de in artikel 6.2.11, vierde lid, bedoelde opmerkingen.
-
Tenzij het antwoord op de vraag niet meer nodig is om te beslissen, beslist de rechter, nadat hij de procespartijen in de gelegenheid heeft gesteld over de uitspraak van de Hoge Raad een standpunt in te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.