Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 8

De processtukken

Artikel 1.8.1

Tot de processtukken behoren alle stukken die voor de in het kader van de berechting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn, behoudens de stukken waarvan de voeging overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.8.3 achterwege wordt gelaten.

Artikel 1.8.2

  1. Zolang de berechting niet is aangevangen, is de officier van justitie verantwoordelijk voor de samenstelling van de processtukken en voor de daadwerkelijke toegankelijkheid van de processtukken voor zover de kennisneming ervan is toegestaan.

  2. Voor de aanvang van de berechting en na de afloop ervan beslist de officier van justitie met inachtneming van het bepaalde in de wet over de processtukken.

  3. Nadat de berechting is aangevangen, beslist tot de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting de voorzitter van de rechtbank en daarna de rechtbank met inachtneming van het bepaalde in de wet over de processtukken.

  4. Na het instellen van hoger beroep tegen het eindvonnis zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.8.3

  1. De officier van justitie kan, indien hij dit met het oog op de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen noodzakelijk acht, de voeging van bepaalde stukken of gedeelten daarvan bij de processtukken achterwege laten. Hij heeft daartoe een schriftelijke machtiging nodig, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris. De vordering en de beslissing worden bij de processtukken gevoegd.

  2. De officier van justitie doet van de toepassing van het eerste lid en, voor zover de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen dat toelaten, de redenen voor die toepassing, proces-verbaal opmaken. Dit proces-verbaal wordt bij de processtukken gevoegd.

  3. Zolang de zaak niet is geëindigd, bewaart de officier van justitie de in het eerste lid bedoelde stukken.

Artikel 1.8.4

  1. Zolang de berechting niet is aangevangen, kan de verdachte stukken indienen bij de officier van justitie ter voeging bij de processtukken. De officier van justitie kan het voegen van stukken weigeren indien hij van oordeel is dat de stukken niet als processtukken kunnen worden aangemerkt. Hij stelt de verdachte van deze weigering in kennis.

  2. Na de aanvang van de berechting kunnen de officier van justitie en de verdachte nieuwe stukken indienen ter voeging bij de processtukken. Tot de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting beslist de voorzitter van de rechtbank over de voeging en daarna de rechtbank.

  3. Na het instellen van hoger beroep tegen het eindvonnis is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.8.5

  1. Zolang de berechting niet is aangevangen, kan de verdachte de officier van justitie verzoeken zo nauwkeurig mogelijk omschreven stukken die hij van belang acht voor de beoordeling van de zaak bij de processtukken te voegen. Het verzoek is gemotiveerd.

  2. Met het oog op de onderbouwing van zijn verzoek kan de verdachte de officier van justitie verzoeken om hem inzage te verlenen in de stukken, bedoeld in het eerste lid.

  3. Indien de officier van justitie in gebreke blijft te beslissen over het voegen van de stukken dan wel de inzage daarin, kan hem op verzoek van de verdachte door de rechter-commissaris een termijn worden gesteld binnen welke hij een beslissing neemt. Alvorens op het verzoek te beslissen, hoort de rechter-commissaris de officier van justitie en de verdachte.

  4. De officier van justitie kan het voegen van de stukken respectievelijk de inzage daarin weigeren indien hij van oordeel is dat de stukken niet als processtukken kunnen worden aangemerkt dan wel indien hij dit onverenigbaar acht met een van de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen. Hij heeft daartoe een schriftelijke machtiging nodig, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris. De officier van justitie stelt de verdachte van deze weigering in kennis. Indien de rechter-commissaris de machtiging verleent omdat hij de voeging van de stukken dan wel de inzage daarin onverenigbaar acht met de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen, vermeldt hij dat in de machtiging.

Artikel 1.8.6

  1. Zolang de berechting niet is aangevangen wordt de kennisneming van de processtukken de verdachte op zijn verzoek toegestaan door de officier van justitie. De kennisneming wordt de verdachte in elk geval toegestaan vanaf het eerste verhoor.

  2. Niettemin kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit vereist, de verdachte de kennisneming van bepaalde processtukken onthouden. De verdachte wordt in dat geval ervan in kennis gesteld dat de hem ter kennisneming gegeven stukken niet volledig zijn.

  3. Indien de officier van justitie in gebreke blijft de kennisneming toe te staan, kan hem op verzoek van de verdachte door de rechter-commissaris een termijn worden gesteld binnen welke de kennisneming van processtukken wordt toegestaan. Voordat de rechter-commissaris op het verzoek beslist, hoort hij de officier van justitie.

Artikel 1.8.7

Aan de verdachte mag niet de volledige kennisneming worden onthouden van:

  1. de processen-verbaal van zijn verhoren;

  2. de processen-verbaal van verhoren of handelingen van onderzoek, waarbij hij of zijn raadsman aanwezig kon zijn, tenzij en voor zover uit een proces-verbaal blijkt van een omstandigheid waarvan hij in het belang van het onderzoek tijdelijk onkundig moet blijven, en in verband daarmee een bevel als bedoeld in artikel 1.4.18, eerste lid, is gegeven;

  3. de processen-verbaal van verhoren waarvan hem de inhoud volledig of verkort is meegedeeld.

Artikel 1.8.8

  1. Het recht van de verdachte om kennis te nemen van de processtukken omvat het recht om van die processtukken een kopie te verkrijgen, behoudens het bepaalde in het tweede lid.

  2. In het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of van de opsporing en vervolging van strafbare feiten dan wel op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend, kan worden bepaald dat van bepaalde processtukken of gedeelten daarvan alleen inzage wordt verleend.

  3. De verdachte wordt ervan in kennis gesteld dat hem van bepaalde processtukken of gedeelten daarvan geen kopie wordt verstrekt.

  4. De opsporingsambtenaar of rechter-commissaris die met het verhoor is belast verstrekt direct nadat het proces-verbaal is opgemaakt aan de verdachte of zijn raadsman een kopie van:

    1. de processen-verbaal, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel a; en

    2. de processen-verbaal van verhoren waarbij de verdachte of zijn raadsman aanwezig kon zijn, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel b.

    Het tweede lid is niet van toepassing.

  5. Van de processen-verbaal, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel c, verstrekt de officier van justitie direct nadat het proces-verbaal aan hem is overgedragen de verdachte op zijn verzoek een kopie, behoudens het bepaalde in het tweede lid.

Artikel 1.8.9

  1. De verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, kan verzoeken processtukken waarvan hem de kennisneming is toegestaan en die hij noodzakelijk acht voor zijn verdediging geheel of gedeeltelijk schriftelijk te laten vertalen in een voor hem begrijpelijke taal. Het verzoek omschrijft zo nauwkeurig mogelijk de processtukken of gedeelten daarvan waarop het verzoek betrekking heeft en is gemotiveerd.

  2. De verdachte wordt van een afwijzing van zijn verzoek in kennis gesteld.

Artikel 1.8.10

De kennisneming van alle processtukken mag de verdachte niet worden onthouden zodra de procesinleiding is ingediend dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd.

Artikel 1.8.11

  1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de processtukken worden samengesteld en ingericht, over de wijze waarop de kennisneming van processtukken of inzage daarin plaatsvindt en over het verstrekken van kopieën.

  2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de integriteit en de authenticiteit van processtukken in elektronische vorm. Van een processtuk in elektronische vorm kan de integriteit worden nagegaan doordat iedere wijziging kan worden vastgesteld.

  3. In de processtukken en in stukken waarvan de kennisneming ingevolge dit wetboek wordt toegestaan blijven in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen bepaalde daarin aan te wijzen gegevens in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer onvermeld, tenzij deze gegevens voor door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn.

  4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 1.8.12

  1. De officier van justitie kan beroep instellen tegen de afwijzing door de rechter-commissaris van een vordering op grond van:

    1. artikel 1.8.3, eerste lid;

    2. artikel 1.8.5, vierde lid.

  2. De termijn voor het instellen van beroep is twee weken na de dagtekening van de beslissing. De rechtbank beslist zo spoedig mogelijk.

Artikel 1.8.13

  1. De verdachte kan een bezwaarschrift indienen bij de rechter-commissaris tegen:

    1. de kennisgeving, bedoeld in artikel 1.8.4, eerste lid, dat zijn verzoek om het voegen van stukken is afgewezen;

    2. de kennisgeving, bedoeld in artikel 1.8.6, tweede lid, dat de processtukken niet volledig zijn;

    3. de kennisgeving, bedoeld in artikel 1.8.8, derde lid, van de officier van justitie dat hem van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen kopie wordt verstrekt;

    4. de kennisgeving, bedoeld in artikel 1.8.9, tweede lid, van de officier van justitie dat zijn verzoek om vertaling van processtukken is afgewezen.

  2. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is twee weken na dagtekening van de kennisgeving. Het bezwaarschrift, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan daarna telkens na periodes van een maand worden ingediend.

← terug naar Nieuw Wetboek van Strafvordering