Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 6

Rechtsmiddelen

Artikel 3.6.1

  1. De officier van justitie kan hoger beroep instellen tegen de verklaring dat de zaak is geëindigd, bedoeld in artikel 3.1.3.

  2. De termijn voor het instellen van beroep is twee weken na de dagtekening van de beslissing. Het gerechtshof beslist zo spoedig mogelijk.

Artikel 3.6.2

  1. De officier van justitie kan hoger beroep instellen tegen de beslissing tot onbevoegdverklaring of buitenvervolgingstelling, bedoeld in artikel 3.2.3.

  2. De termijn voor het instellen van hoger beroep is twee weken na de dagtekening van de beslissing.

  3. Tegen de beslissing van het gerechtshof staat voor de officier van justitie binnen twee weken na de dagtekening van de beslissing en voor de verdachte binnen twee weken na de betekening van die beslissing beroep in cassatie open.

  4. Op de behandeling van het hoger beroep en het beroep in cassatie is artikel 3.2.2, vierde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Hoge Raad in het belang van de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling kan bepalen dat zijn beslissing, na te zijn geanonimiseerd, in het openbaar wordt uitgesproken.

Artikel 3.6.3

Indien binnen twee weken geen kopie of een geanonimiseerde kopie van de strafbeschikking wordt verstrekt als bedoeld in artikel 3.3.8, tweede lid, kan de verzoeker een klaagschrift indienen bij de officier van justitie, die het klaagschrift en de processtukken zo spoedig mogelijk ter kennis brengt van de rechtbank. De betrokken procespartij en haar raadsman of advocaat kunnen, in afwijking van artikel 1.2.15, tweede lid, niet van de inhoud van de processtukken kennisnemen dan voor zover de rechtbank dat toestaat.

← terug naar Nieuw Wetboek van Strafvordering