-
Ieder die kennis draagt van een strafbaar feit kan daarvan aangifte doen bij een opsporingsambtenaar.
-
In geval van een strafbaar feit dat alleen op klacht kan worden vervolgd, vindt het indienen van de klacht plaats door middel van een aangifte met verzoek tot vervolging.
-
Degene die een klacht heeft ingediend, kan het verzoek tot vervolging binnen een week na de indiening bij een opsporingsambtenaar intrekken.
Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.2
De opsporingsambtenaar is verplicht om de aangifte en de intrekking van het verzoek om vervolging in ontvangst te nemen.
Artikel 2.2.3
Ieder die kennis draagt van een misdrijf als omschreven in de artikelen 92 tot en met 110, 157 tot en met 176b voor zover daardoor levensgevaar is veroorzaakt, 242, 278, 282 voor zover daarbij sprake is van vrijheidsbeneming op een plaats die daarvoor niet bij of krachtens de wet bestemd is, 287 tot en met 294 en 296 van het Wetboek van Strafrecht is verplicht daarvan direct aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar. Gelijke verplichting geldt ten aanzien van een ieder die kennis draagt van een terroristisch misdrijf.
Artikel 2.2.4
-
Openbare colleges en ambtenaren die in de uitoefening van hun bediening kennis krijgen van een misdrijf met de opsporing waarvan zij niet zijn belast, zijn verplicht om daarvan direct aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar en om de stukken die op de zaak betrekking hebben daarbij over te dragen, indien het gaat om
een misdrijf omschreven in Titel XXVIII van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht of een misdrijf begaan onder een van de strafverzwarende omstandigheden die in artikel 44 van dat wetboek zijn omschreven, dan wel
een misdrijf waardoor inbreuk op of onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van een regeling waarvan de uitvoering of de zorg voor de naleving aan hen is opgedragen.
-
Een gelijke verplichting rust op bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersonen of organen van rechtspersonen wier taken en bevoegdheden zijn omschreven bij of krachtens de wet.
-
De officier van justitie kan beslissen dat de aangifte van misdrijven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, achterwege kan worden gelaten.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van dit artikel.
Artikel 2.2.5
De artikelen 2.2.3 en 2.2.4, eerste lid, zijn niet van toepassing op de personen bedoeld in de artikelen 1.6.5 tot en met 1.6.11 voor zover dit zou leiden tot het verstrekken van informatie waarover zij zich zouden kunnen of moeten verschonen, indien zij als getuige daarnaar zouden zijn gevraagd.
Artikel 2.2.6
De aangifte kan mondeling of schriftelijk worden gedaan door de aangever in persoon of door een persoon die daartoe schriftelijk door de aangever is gevolmachtigd. Indien de aangifte wordt gedaan door een gemachtigde verstrekt deze daarbij de volmacht.
Artikel 2.2.7
-
Indien de aangifte mondeling wordt gedaan, stelt de opsporingsambtenaar de identiteit van de aangever vast. Artikel 1.6.1 is van overeenkomstige toepassing.
-
Van de mondelinge aangifte wordt proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal vermeldt de identiteit van de aangever. Titel 1.4 en de artikelen 2.3.3, derde lid, en 2.3.4 zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Indien de aangever of zijn gemachtigde de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst, wordt hij in staat gesteld aangifte te doen in een taal die hij begrijpt of spreekt.
Artikel 2.2.8
De schriftelijke aangifte wordt door de aangever of zijn gemachtigde ondertekend.
Artikel 2.2.9
-
De aangifte wordt aan de aangever uitgereikt of toegezonden.
-
Indien het belang van het onderzoek zich daartegen verzet, wordt de aangever in afwijking van het eerste lid een bevestiging van zijn aangifte uitgereikt of toegezonden. De bevestiging vermeldt de bijzondere redenen voor het afwijken van het eerste lid.
-
Aan de aangever wordt, indien hij de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst, op zijn verzoek een vertaling van een bevestiging van de aangifte in een voor hem begrijpelijke taal uitgereikt of toegezonden.
Artikel 2.2.10
De artikelen 2.2.6 tot en met 2.2.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking van een verzoek om vervolging.
Artikel 2.2.11
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het indienen en intrekken van een klacht langs diplomatieke weg. Bij die algemene maatregel van bestuur kan van artikel 2.2.1, derde lid, worden afgeweken.