-
Schadevergoeding na strafvorderlijk optreden kan op grond van deze titel worden toegekend indien de gevraagde vergoeding ten hoogste € 25.000 bedraagt, met inbegrip van de tot aan de dag van het verzoek verschenen rente. Voor zover deze titel voorziet in de mogelijkheid van schadevergoeding, zijn andere wettelijke voorzieningen uitgesloten.
-
Het bedrag in het eerste lid geldt niet ten aanzien van een verzoek dat uitsluitend strekt tot vergoeding van schade als gevolg van ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie, voorlopige hechtenis of vrijheidsbeneming in het buitenland in verband met een door Nederlandse autoriteiten gedaan verzoek om uitlevering of overlevering, of van schade als gevolg van ondergane straf of vrijheidsbenemende maatregel.
-
Onder schade wordt mede begrepen het nadeel dat niet bestaat uit vermogensschade.
Nieuw Wetboek van Strafvordering Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 6
Artikel 6.6.2
De rechtmatigheid of onrechtmatigheid van strafvorderlijk optreden wordt beoordeeld naar het tijdstip waarop het optreden plaatsvond.
Artikel 6.6.3
-
Een verzoek tot schadevergoeding kan ook door de erfgenamen van de benadeelde worden ingediend en de vergoeding kan ook aan hen worden toegekend. In dat geval blijft vergoeding achterwege van schade die niet uit vermogensschade bestaat.
-
Indien de benadeelde na het indienen van het verzoek is overleden, vindt de toekenning plaats ten behoeve van de erfgenamen.
Artikel 6.6.4
-
Degene die schade heeft geleden door onrechtmatig strafvorderlijk optreden heeft recht op schadevergoeding.
-
Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend binnen de verjaringstermijn die is gesteld in Titel 11 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 6.6.5
-
Na rechtmatig strafvorderlijk optreden kan schadevergoeding uitsluitend worden toegekend indien en voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
-
Een verzoek tot vergoeding van schade die de verdachte lijdt na rechtmatig strafvorderlijk optreden is alleen mogelijk indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van een straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Indien meerdere feiten gevoegd zijn behandeld, worden deze feiten als één zaak aangemerkt, tenzij er tussen deze feiten in redelijkheid geen verband bestaat.
-
In afwijking van het tweede lid kan schadevergoeding worden toegekend voor ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie, voorlopige hechtenis of vrijheidsbeneming in het buitenland in verband met een door Nederlandse autoriteiten gedaan verzoek om uitlevering of overlevering:
indien de zaak is geëindigd met oplegging van een straf of maatregel, maar op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten; of
voor zover de ondergane vrijheidsbeneming, na verrekening als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, de duur van de opgelegde straf overschrijdt.
-
Het verzoek tot schadevergoeding wordt door de gewezen verdachte ingediend binnen vijf jaar nadat deze kennis heeft kunnen nemen van de beëindiging van de zaak, en door de benadeelde, niet zijnde de gewezen verdachte, binnen vijf jaar nadat deze bekend is geworden met de schade.
-
Afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of strekking van de regel zich tegen toepassing verzet.
Artikel 6.6.6
-
Indien na de vernietiging van het onherroepelijke eindvonnis of eindarrest op grond van Boek 5, Titel 8.1, in herziening geen straf of maatregel wordt opgelegd, wordt een schadevergoeding toegekend voor de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis en voor de ondergane straf en vrijheidsbenemende maatregel. De toekenning heeft plaats voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
-
Indien een herzieningsaanvraag op grond van Boek 5, Titel 8.2, niet-ontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, kan een schadevergoeding worden toegekend voor de op grond van die titel ondergane voorlopige hechtenis. Toekenning is ook mogelijk indien na de vernietiging van het onherroepelijke eindvonnis of eindarrest in herziening geen straf of maatregel wordt opgelegd. Artikel 6.6.5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Indien een vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen of de officier van justitie in de vordering niet ontvankelijk wordt verklaard, kan de veroordeelde een schadevergoeding worden toegekend voor ondergane vrijheidsbeneming voorafgaand aan de beslissing op de vordering. Toekenning is ook mogelijk indien het gerechtshof in hoger beroep de beslissing tot tenuitvoerlegging vernietigt. Artikel 6.6.5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Indien een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid dadelijk uitvoerbaar is verklaard en de zaak eindigt zonder oplegging van die maatregel, kan de gewezen verdachte of de veroordeelde een schadevergoeding worden toegekend voor ondergane vervangende hechtenis. Artikel 6.6.5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Indien de rechtbank een bezwaarschrift tegen de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling gegrond heeft verklaard of de voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen vanwege het niet naleven van de algemene voorwaarde, maar de zaak betreffende het nieuwe strafbare feit eindigt zonder oplegging van een straf of maatregel, kan de veroordeelde een schadevergoeding worden toegekend voor ondergane vrijheidsbeneming als gevolg van de herroeping. Artikel 6.6.5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Het verzoek tot schadevergoeding wordt door de gewezen verdachte of de veroordeelde ingediend binnen vijf jaar nadat deze kennis heeft kunnen nemen van de beëindiging van de zaak.
Artikel 6.6.7
-
Een verzoek tot schadevergoeding wordt ingediend bij de instantie die de schade heeft veroorzaakt of bij de officier van justitie onder wiens verantwoordelijkheid het strafvorderlijk optreden heeft plaatsgevonden. Indien niet bekend is onder wiens verantwoordelijkheid het strafvorderlijk optreden heeft plaatsgevonden, kan het verzoek ook worden ingediend bij de officier van justitie die is aangesteld bij het parket van het arrondissement waarbinnen het strafvorderlijk optreden heeft plaatsgevonden.
-
Een instantie zendt een verzoek waarvan behandeling door een andere instantie aangewezen is, door naar die instantie, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de verzoeker.
-
De officier van justitie zendt het verzoek zoveel mogelijk ter behandeling door naar de instantie die de schade heeft veroorzaakt. Indien meerdere instanties betrokken zijn, draagt de officier van justitie zorg voor een gecoördineerde behandeling.
-
Op het verzoek wordt binnen drie maanden beslist. De beslistermijn kan eenmaal met drie maanden worden verlengd. Nadien is verlenging alleen mogelijk met instemming van de verzoeker.
-
Bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek vindt uitbetaling plaats door de instantie of de officier van justitie die op het verzoek heeft beslist. Indien meerdere instanties betrokken zijn, vindt uitbetaling plaats naar verhouding van hun aandeel in de schade.
Artikel 6.6.8
-
Een verzoek tot schadevergoeding kan worden ingediend bij de rechtbank binnen drie maanden na de gehele of gedeeltelijke afwijzing van het initiële verzoek, of binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 6.6.7, vierde lid.
-
Indien het oorspronkelijke verzoek was ingediend bij de instantie die de schade heeft veroorzaakt, wordt het verzoek ingediend bij de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen het strafvorderlijk optreden heeft plaatsgevonden. Indien het oorspronkelijke verzoek was ingediend bij de officier van justitie, wordt het verzoek ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waar de officier van justitie is aangesteld. Is de officier van justitie niet aangesteld bij een arrondissementsparket, dan wordt het verzoek ingediend bij de rechtbank Den Haag.
-
De instantie die de schade heeft veroorzaakt wordt gehoord, althans hiertoe opgeroepen.
-
Bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek bepaalt de rechtbank dat uitbetaling plaatsvindt door de instantie of de officier van justitie bij wie het oorspronkelijke verzoek was ingediend. Indien meerdere instanties betrokken zijn, bepaalt de rechtbank dat uitbetaling plaatsvindt naar verhouding van hun aandeel in de schade.
Artikel 6.6.9
-
De verzoeker, de officier van justitie en de instantie die de schade heeft veroorzaakt kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen tegen de beslissing van de rechtbank. Hoger beroep is niet mogelijk indien het verzoek strekt tot vergoeding van een bedrag dat niet meer beloopt dan het bedrag, bedoeld in artikel 332 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-
Artikel 6.6.8, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6.6.10
-
Bij algemene maatregel van bestuur kan de hoogte van de schadevergoeding, bedoeld in de artikelen 6.6.5 en 6.6.6, worden verbonden aan een maximum. Verder kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur forfaitaire bedragen worden vastgesteld die voor nader te omschrijven vormen van schade worden toegekend en waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken indien gronden van billijkheid hiertoe aanleiding geven.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de indiening en de behandeling van het verzoek tot schadevergoeding, bedoeld in artikel 6.6.7, en over daarop betrekking hebbende kosten of heffingen.
Artikel 6.6.11
-
Op verzoek van de gewezen verdachte wordt uit de schatkist van het Rijk een vergoeding toegekend voor de kosten die bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken ten laste zijn gekomen van de gewezen verdachte, voor zover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend of nutteloos is geworden doordat de officier van justitie afziet van vervolging of rechtsmiddelen intrekt.
-
Het verzoek wordt ingediend bij de officier van justitie die de beslissing tot niet-vervolging heeft genomen dan wel de procesinleiding heeft ingediend.
-
De artikelen 6.6.5, vierde lid, 6.6.7, vierde lid, 6.6.8, eerste en tweede lid, en 6.6.9 zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van vorderingen of beroep in het kader van de tenuitvoerlegging van een terbeschikkingstelling en op de behandeling van klaagschriften of beroep als bedoeld in Hoofdstuk 4.
Artikel 6.6.12
-
Indien de zaak eindigt zonder oplegging van een straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, wordt aan de gewezen verdachte uit de schatkist van het Rijk een vergoeding toegekend voor zijn ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, berekend bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken.
-
Indien de zaak eindigt zonder oplegging van een straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan aan de gewezen verdachte uit de schatkist van het Rijk een vergoeding worden toegekend voor de schade die de gewezen verdachte werkelijk heeft geleden als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak op de terechtzitting, alsmede, behoudens voor zover artikel 44a van de Wet op de rechtsbijstand van toepassing is, in de kosten van een raadsman. Een vergoeding voor de kosten van een raadsman gedurende de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis is hierin begrepen. Een vergoeding voor deze kosten kan verder worden toegekend in het geval dat de zaak eindigt met oplegging van een straf of maatregel op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
-
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ouder van een minderjarige die is opgeroepen op grond van artikel 6.1.41.
-
De artikelen 6.6.3, 6.6.5, eerste lid, tweede lid, tweede zin, en vierde lid, 6.6.7, vierde lid, 6.6.8, eerste en tweede lid, 6.6.9 en 6.6.11, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6.6.13
-
Voor de kosten van uitlevering van voorwerpen op grond van een daartoe strekkend bevel krachtens artikel 2.7.9 of van overbrenging van een vervoermiddel ingevolge een daartoe strekkend bevel krachtens artikel 2.7.11, tweede lid, onderdeel b, kan de betrokkene uit de schatkist van het Rijk een vergoeding ontvangen.
-
Voor de kosten van het nakomen van een bevel tot verstrekking van gegevens op grond van de artikelen 2.7.45 tot en met 2.7.50, van het medewerking verlenen aan het ontsleutelen van gegevens op grond van de artikelen 2.7.43 en 2.7.52, of van het medewerking verlenen aan de uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 2.8.13, vierde lid, kan de betrokkene uit de schatkist van het Rijk een vergoeding ontvangen. Die vergoeding kan op een lager bedrag worden gesteld voor zover de betrokkene niet de administratie heeft gevoerd en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers heeft bewaard als voorgeschreven in artikel 10 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
-
De artikelen 6.6.5, eerste en vierde lid, 6.6.7, vierde lid, 6.6.8, eerste en tweede lid, 6.6.9 en 6.6.11, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het verzoek wordt ingediend bij de officier van justitie onder wiens verantwoordelijkheid het bevel is gegeven.
Artikel 6.6.14
-
Voor de kosten die de benoemde deskundige, bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, maakt voor het geven van informatie over of het doen van onderzoek, ontvangt hij uit de schatkist van het Rijk een vergoeding op de wijze bij de wet bepaald.
-
De rechter-commissaris kan, onverminderd artikel 6.6.11, beslissen dat een niet-benoemde deskundige die op verzoek van de verdachte onderzoek heeft uitgevoerd dat in het belang van het onderzoek is gebleken, uit de schatkist van het Rijk een vergoeding ontvangt. Deze vergoeding bedraagt niet meer dan die welke een benoemde deskundige ontvangt.