Besluit activiteiten leefomgeving

Inhoud

Artikel 16.7

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 16.6, voor zover het gaat om het ontgronden voor:

  1. een waterput, reservoir, bassin, vijver, poel of een daarmee vergelijkbare voorziening, als:

    1. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;

    2. niet meer dan 1.000 m3 wordt ontgraven; en

    3. deze voorziening niet in open verbinding staat met een oppervlaktewaterlichaam;

  2. een natuurvriendelijke oever van ten hoogste 10 m uit de insteek van de watergang;

  3. een ander natuurbouwproject, als grondlagen dieper dan 0,5 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;

  4. een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

  5. het aanleggen, in stand houden, veranderen of verwijderen van buizen, kabels, palen of daarmee vergelijkbare werken;

  6. het bouwen, in stand houden of slopen van een bouwwerk;

  7. het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om:

    1. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder;

    2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een plein, weg, spoorweg of luchthaven;

  8. het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als:

    1. de locatie van ontgronding is opgenomen in dat plan, dat besluit of die vergunning;

    2. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en

    3. niet meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven;

  9. het onderhouden van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder; of

  10. het aanleggen, onderhouden of veranderen van een watergang door een ander dan door of namens de waterbeheerder, als:

    1. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en

    2. de watergang een bovenbreedte heeft van niet meer dan 6 m, een bodembreedte van niet meer dan 3 m, en, als een peilbesluit is vastgesteld, een diepte van niet meer dan 1 m onder dat peil.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 18-08-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 26-10-2024 Historisch 02-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 07-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 16.6, voor zover het gaat om het ontgronden voor:

  1. een waterput, reservoir, bassin, vijver, poel of een daarmee vergelijkbare voorziening, als:

    1. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;

    2. niet meer dan 1.000 m3 wordt ontgraven; en

    3. deze voorziening niet in open verbinding staat met een oppervlaktewaterlichaam;

  2. een natuurvriendelijke oever van ten hoogste 10 m uit de insteek van de watergang;

  3. een ander natuurbouwproject, als grondlagen dieper dan 0,5 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;

  4. een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

  5. het aanleggen, in stand houden, veranderen of verwijderen van buizen, kabels, palen of daarmee vergelijkbare werken;

  6. het bouwen, in stand houden of slopen van een bouwwerk;

  7. het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om:

    1. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder;

    2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een plein, weg, spoorweg of luchthaven;

  8. het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als:

    1. de locatie van ontgronding is opgenomen in dat plan, dat besluit of die vergunning;

    2. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en

    3. niet meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven;

  9. het onderhouden van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder; of

  10. het aanleggen, onderhouden of veranderen van een watergang door een ander dan door of namens de waterbeheerder, als:

    1. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en

    2. de watergang een bovenbreedte heeft van niet meer dan 6 m, een bodembreedte van niet meer dan 3 m, en, als een peilbesluit is vastgesteld, een diepte van niet meer dan 1 m onder dat peil.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving