Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.93

Opslaan van brandbare vloeistoffen anders dan diesel in bovengrondse opslagtanks

Artikel 4.910

  1. Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank.

  2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het opslaan van gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger.

Artikel 4.911

  1. Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.910, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Een melding bevat:

    1. de coördinaten van het vulpunt van een bovengrondse opslagtank waarin polyesterhars wordt opgeslagen en de opstelplaats van de tankwagens voor het vullen en legen van de opslagtank; en

    2. een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen.

  3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

  4. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.912

  1. Als een gelijkwaardige maatregel betrekking heeft op maatregelen als bedoeld in artikel 4.916, eerste of tweede lid, is:

    1. toestemming als bedoeld in artikel 4.7 van de wet niet vereist; en

    2. het verboden de maatregel te treffen zonder dit ten minste vier weken van tevoren te melden.

  2. Een melding bevat:

    1. een beschrijving van de maatregel die zal worden getroffen; en

    2. gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.

Artikel 4.913

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.910, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en

  2. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.

Artikel 4.914

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is de afstand vanaf het vulpunt van een bovengrondse opslagtank waarin polyesterhars wordt opgeslagen en de opstelplaats van de tankwagens voor het vullen en legen van de opslagtank:

    1. tot de begrenzing van de locatie waarop een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 wordt verricht, ten minste 20 m; of

    2. tot beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties die op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn toegelaten, ten minste de afstand, bedoeld onder a, als een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 niet de activiteit, bedoeld in artikel 4.910, omvat.

  2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is van overeenkomstige toepassing als inachtneming van de afstand, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a:

    1. niet mogelijk is door:

      1. de geringe omvang van de locatie;

      2. de bouwwerken die aanwezig zijn op die locatie; of

      3. andere fysieke belemmeringen;

    2. nadelige invloed heeft op de veiligheid en gezondheid van werknemers of bezoekers;

    3. de bedrijfsvoering ernstig belemmert; of

    4. ertoe leidt dat niet kan worden voldaan aan de interne afstanden die zijn vastgelegd in PGS 31.

  3. Het eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid zijn niet van toepassing op beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties:

    1. die een functionele binding hebben met de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3; of

    2. binnen een risicogebied externe veiligheid als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

  4. Artikel 5.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op de afstand, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid.

Artikel 4.915

Ten minste vier weken voordat de afstand, bedoeld in artikel 4.914, tweede lid, gaat gelden, wordt het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, daarover geïnformeerd.

Artikel 4.916

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.910, voldaan aan PGS 30, als het gaat om het opslaan van vloeibare brandstoffen, met uitzondering van benzine.

  2. Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.910, wordt voldaan aan PGS 31, als het gaat om het opslaan van benzine of andere vloeibare gevaarlijke stoffen dan vloeibare brandstoffen.

Artikel 4.917

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid worden een bovengrondse opslagtank en de daarop aangesloten leidingen geïnstalleerd, onderhouden en gerepareerd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL.

  2. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden een bovengrondse opslagtank en de daarop aangesloten leidingen geïnstalleerd, onderhouden en gerepareerd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800, als die opslagtank gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt.

  3. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden ondergrondse leidingen geïnstalleerd, onderhouden en gerepareerd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800.

Artikel 4.918

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt de bovengrondse opslagtank zich boven of in een lekbak.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de bovengrondse opslagtank dubbelwandig is uitgevoerd met een elektronisch lekdetectiesysteem of lekdetectiepotsysteem dat is aangelegd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL.

  3. Een elektronisch lekdetectiesysteem wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL.

  4. Een lekdetectiepotsysteem wordt ten minste eenmaal per maand gecontroleerd. Bij het constateren van een gebrek wordt het systeem binnen vier weken hersteld. Van de verrichte controles wordt ten minste eenmaal per jaar een aantekening gemaakt.

  5. De resultaten van beoordelingen en de aantekeningen van controles worden ten minste drie jaar bewaard.

Artikel 4.919

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt het aansluitpunt van een vulleiding of leegzuigleiding van een bovengrondse opslagtank zich:

  1. boven een vloeistofdichte bodemvoorziening; of

  2. boven of in een vulpuntmorsbak die een inhoud heeft van ten minste 5 l als die op de opslagtank is geplaatst of ten minste 65 l in andere gevallen.

Artikel 4.919a

Met het oog op de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater is de vloeistofdichte bodemvoorziening, bedoeld in artikel 4.919, onder a, niet aangesloten op het vuilwaterriool.

Artikel 4.920

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt de kathodische bescherming op een ondergrondse leiding van staal ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17020 voor AS SIKB 6800.

  2. De resultaten van beoordelingen worden ten minste drie jaar bewaard.

Artikel 4.921

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.922

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.923

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.924

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.925

  1. Artikel 4.914, eerste lid, is niet van toepassing op opslagtanks die zijn geïnstalleerd voor 1 januari 2013.

  2. De artikelen 4.914, eerste lid, aanhef en onder a, en 4.915 zijn niet van toepassing op het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank dat voor de inwerkingtreding van dit besluit al rechtmatig werd verricht, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving