Voor de emissie in de lucht van een stookinstallatie, anders dan een gasturbine of zuigermotor, zijn de emissiegrenswaarden:
voor stikstofoxiden, zwaveldioxide en totaal stof de waarden, bedoeld in tabel 4.1349; en
voor ammoniak, voor zover een ketel in gebruik is genomen na de inwerkingtreding van dit besluit en wordt gestookt op rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa:
- 1°
5 mg/Nm3 bij toepassing van selectieve katalytische reductie; en
- 2°
10 mg/Nm3 bij toepassing van selectieve niet-katalytische reductie.
- 1°
Brandstof | Stikstofoxiden in mg/Nm3 | Zwaveldioxide in mg/Nm3 | Totaal stof in mg/Nm3 |
Vaste brandstof, met uitzondering van rie-biomassa | 100 | 200 | 5 |
Vloeibare brandstof, met uitzondering van rie-biomassa | 120 | 200 | 5 |
Rie-biomassa | 100 | 60 | 5 |
Gasvormige brandstof, anders dan cokesovengas of hoogovengas | 70 | 35 | – |
Cokesovengas | 100 | 35 | – |
Hoogovengas | 100 | 35 | – |