Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.48a, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het op of in de bodem brengen van meststoffen, bedoeld in paragraaf 4.116;
het vernietigen van de zode van gras op weidegronden, bedoeld in paragraaf 4.118; en
het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib, bedoeld in paragraaf 4.117, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.48b.