Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 3.5.8

Grondbank of grondreinigingsbedrijf

Artikel 3.178

  1. Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

    1. het opslaan van meer dan een partij ingezamelde of afgegeven grond of baggerspecie; en

    2. het bewerken van grond of baggerspecie.

  2. De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat opslaan en bewerken functioneel ondersteunen.

  3. Onder de aanwijzing valt niet het bewerken van grond of baggerspecie, als dat alleen bestaat uit:

    1. het zeven van grond bij het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.2.21;

    2. het zeven van grond bij het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.2.22;

    3. het saneren van de bodem, bedoeld in paragraaf 3.2.23;

    4. het zeven of samenvoegen van grond of baggerspecie of het mechanisch ontwateren van baggerspecie bij het opslaan van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.2.24; of

    5. het als grondstof inzetten van grond in een productieproces of reparatieproces.

  4. In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    1. baggerspecie: baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;

    2. grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; en

    3. partij: hoeveelheid materiaal die volgens de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde regels als partij wordt aangemerkt.

Artikel 3.179

  1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.178, voor zover het gaat om het bewerken van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd of baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.

  2. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.180

  1. Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.178, wordt voldaan aan de regels over:

    1. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

    2. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

    3. het ontvangen van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.50, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk; en

    4. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

  2. Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.181

  1. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.178 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

    1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

    2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  2. Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving