-
Deze paragraaf is van toepassing op de volgende beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk:
het ontgraven of verplaatsen van grond of baggerspecie; en
het toepassen van grond of baggerspecie.
-
Deze paragraaf is ook van toepassing op ontgrondingsactiviteiten die bestaan uit het ontgronden in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk.
-
Het eerste lid geldt niet voor het onderhouden of herstellen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder.
-
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
baggerspecie: baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; en
grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
Besluit activiteiten leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 6.2.2
Artikel 6.28
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet om zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten, geldt niet voor de activiteit, bedoeld in artikel 6.27, tweede lid, voor zover het gaat om:
het ontgronden voor het bouwen, onderhouden of slopen van bouwwerken en het aanleggen, onderhouden, veranderen of verwijderen van wegen of waterstaatswerken anders dan watergangen en vaargeulen;
het aanleggen, onderhouden, veranderen of verwijderen van watergangen of vaargeulen door of namens de waterbeheerder;
het ontgronden voor het plaatsen, onderhouden, wijzigen of verwijderen van buizen, kabels, palen of daarmee vergelijkbare werken;
het doen van een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
het graven van slikgruppen om aanwas te bevorderen; of
het ontgronden voor het testen van materieel of het verrichten van onderzoek naar winbare hoeveelheden van andere vaste stoffen dan schelpen, als:
- 1°
wordt ontgrond op een afstand van ten minste 500 m van een oefen- en schietgebied dat is aangewezen bij ministeriële regeling, buisleidingen, kabels, oevers, andere vaste werken of objecten of bekende of te verwachten archeologische monumenten;
- 2°
niet meer dan vijf reizen worden verricht; en
- 3°
de hoeveelheid vaste stoffen die wordt ontgrond niet meer is dan 5.000 m3, in de Eems, de Dollard, het IJsselmeer, het Markermeer met inbegrip van het Oostvaardersdiep, het Ketelmeer, het Keteldiep, de Haringvliet, het Hollandsch Diep, het Grevelingenmeer, de Krammer, de Volkerak, het Zoommeer, de Oosterschelde en de Westerschelde, of 2.500 m3 in een ander oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk.
- 1°
Artikel 6.29
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6.27, eerste lid, die worden verricht in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, voor zover het gaat om het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging met een volume van meer dan 50 m3 per kadastraal perceel.
Artikel 6.30
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6.27, eerste lid, die worden verricht in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk.
Artikel 6.31
-
Het is verboden een activiteit als bedoeld in artikel 6.27, eerste lid, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
-
Een melding bevat:
de maximale oppervlakte en het maximale volume van de activiteit;
een situatietekening op een schaal van ten minste 1:10.000, waarop de activiteit is aangegeven.
-
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
-
Dit artikel is niet van toepassing:
als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 6.29 of 6.30; en
op het ontgraven, verplaatsen of toepassen van ten hoogste 5 m3 grond of baggerspecie.
Artikel 6.32
-
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 6.27, eerste lid, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
de verwachte datum van het begin van de activiteit; en
de verwachte duur ervan.
-
Dit artikel is niet van toepassing:
als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 6.29 of 6.30; en
op het ontgraven, verplaatsen of toepassen van ten hoogste 5 m3 grond of baggerspecie.
Artikel 6.33
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 6.28, eerste lid, onder f, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3, ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
de naam, het type en registratiegegevens van de vaartuigen of drijvende werktuigen die worden gebruikt;
een kaart op een schaal van ten minste 1:5.000, met daarop de locatie van de ontgronding, de locaties van buisleidingen, kabels, oevers, vaste werken of bekende of te verwachten archeologische monumenten en de coördinaten ervan;
gegevens waaruit is afgeleid dat er binnen 500 m rond de ontgronding geen bekende of te verwachten archeologische monumenten zijn;
de manier van ontgronden, de maximale oppervlakte en de maximale diepte van de ontgronding; en
de verwachte hoeveelheid en het soort stoffen die met de ontgronding zullen worden gewonnen en de bestemming van die stoffen.