Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.121

Saneren van de bodem

Artikel 4.1235

  1. Deze paragraaf is van toepassing op het saneren van de bodem.

  2. In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    1. baggerspecie: baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; en

    2. grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel 4.1236

  1. Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 4.1235, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Een melding bevat:

    1. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2;

    2. de keuze voor een van de saneringsaanpakken, bedoeld in artikel 4.1241 of 4.1242;

    3. bij een saneringsaanpak als bedoeld in artikel 4.1241: een omschrijving van de saneringsaanpak, waaronder in ieder geval:

      1. het type afdeklaag, bedoeld in artikel 4.1241;

      2. de situering van de afdeklaag aangeduid op een kaart en op een dwarsprofiel;

      3. als grond wordt herschikt: de hoeveelheid grond die ten hoogste wordt afgevoerd of herschikt in kubieke meters; en

      4. als grond wordt herschikt: de situering van de herschikte grond op een kaart;

    4. bij een saneringsaanpak als bedoeld in artikel 4.1242: een omschrijving van de saneringsaanpak, waaronder in ieder geval:

      1. gegevens over de ontgraving aangeduid op een kaart en op een dwarsprofiel;

      2. het bodemvolume in kubieke meters waarbinnen de werkzaamheden worden verricht;

      3. de hoeveelheid af te voeren grond per kwaliteitsklasse als bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit in kubieke meters; en

      4. een aanduiding van de waarde voor de bodemfunctieklasse, bedoeld in artikel 4.1242;

    5. als de bodem is verontreinigd met vluchtige stoffen: een omschrijving van de maatregelen om uitdamping van vluchtige stoffen tegen te gaan, bedoeld in artikel 4.1245; en

    6. als afvalwater wordt geloosd: de lozingsroutes.

  3. Ten minste een week voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

Artikel 4.1237

  1. Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1235, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

    1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

    2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  2. Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 4.1238

  1. Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1235, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

    1. de naam en het adres van degene die de werkzaamheden gaat verrichten; en

    2. de naam en het adres van de onderneming die de milieukundige begeleiding gaat verrichten; en

    3. de naam van de natuurlijke persoon die de milieukundige begeleiding gaat verrichten.

  2. Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 4.1239

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1235, wordt voldaan aan de regels over het voorafgaand bodemonderzoek, bedoeld in paragraaf 5.2.2.

Artikel 4.1240

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt het saneren van de bodem uitgevoerd volgens artikel 4.1241 of 4.1242 of met een combinatie van beide aanpakken.

Artikel 4.1241

  1. Dit artikel is van toepassing bij afdekken als saneringsaanpak.

  2. Er wordt een afdeklaag aangebracht die blootstelling van mensen aan verontreiniging op of in de bodem voorkomt.

  3. De afdeklaag bestaat uit:

    1. een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag; of

    2. een laag grond of baggerspecie met een minimale dikte van 1,0 meter met een kwaliteit die volgt uit artikel 4.1272.

  4. Onder een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag wordt in ieder geval verstaan een verhardingslaag die bestaat uit beton, asfalt, asfaltbeton, betonplaat of bestrating met klinkers of tegels.

  5. Verontreinigde grond die is vrijgekomen, wordt alleen herschikt op het gedeelte van de locatie waar een afdeklaag wordt aangebracht overeenkomstig dit artikel.

Artikel 4.1242

  1. Dit artikel is van toepassing bij verwijderen van verontreiniging als saneringsaanpak.

  2. Verontreiniging van de bodem wordt verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof, die boven de interventiewaarde bodemkwaliteit of boven de in het omgevingsplan opgenomen waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan het niveau van de waarde die gelijk is aan de waarde voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur, wonen of industrie waarin de landbodem volgens artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving is ingedeeld.

Artikel 4.1243

Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het voorkomen van verspreiding van verontreinigde grond, het behoud van gebruiksmogelijkheden van grond en de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt het saneren van de bodem verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

Artikel 4.1244

Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt de activiteit begeleid door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 6000.

Artikel 4.1245

  1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden bij aanwezigheid van verontreinigingen met vluchtige stoffen in de bodem maatregelen getroffen om te voorkomen dat er blootstelling kan plaatsvinden aan uitdamping vanuit die verontreiniging naar een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.

  2. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als:

    1. voldoende ventilatievoorzieningen in het gebouw worden aangebracht; of

    2. een dampdichte laag wordt aangebracht.

Artikel 4.1246

  1. Ten hoogste vier weken na het beëindigen van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1235, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt in de vorm van een evaluatieverslag volgens BRL SIKB 6000 dat in ieder geval de volgende gegevens bevat:

    1. de resultaten van de milieukundige begeleiding, bestaande uit het onderdeel processturing met daarbij in ieder geval een opsomming van bijzondere omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens het saneren van de bodem; en

    2. de resultaten van de milieukundige begeleiding, bestaande uit het onderdeel verificatie van het eindresultaat van de saneringsaanpak.

  2. Bij aanwezigheid van verontreinigingen met vluchtige stoffen in de bodem wordt ook een onderzoek overgelegd dat aantoont dat de kwaliteit van de binnenlucht in een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie met de in artikel 4.1245, tweede lid, bedoelde maatregelen voldoet aan de Toxicologische Toelaatbare Concentratie in Lucht (TCL) in microgram per kubieke meter lucht zoals opgenomen in bijlage XIIIb bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

  3. Als er sprake is van gebruiksbeperkingen of nazorg worden ook gegevens en bescheiden bij het evaluatieverslag verstrekt over:

    1. de gebruiksbeperkingen die wenselijk zijn ter bescherming van de gezondheid; en

    2. een voorstel voor nazorgmaatregelen als bedoeld in paragraaf 5.1.4.5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving