Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 5.2.2

Voorafgaand bodemonderzoek

Artikel 5.7a

  1. Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 of 4 wordt een vooronderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.

  2. Het vooronderzoek bodem voldoet aan NEN 5725.

Artikel 5.7b

  1. Als uit het vooronderzoek bodem blijkt dat er een verdenking bestaat van de aanwezigheid van een verontreiniging van de bodem, wordt een verkennend bodemonderzoek verricht.

  2. Een verkennend bodemonderzoek voldoet aan NEN 5740.

  3. Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

  4. De laboratoriumanalyse wordt verricht door een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS 3000.

Artikel 5.7c

  1. Als uit het vooronderzoek bodem of het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er een verdenking bestaat op aanwezigheid van asbest in de bodem, wordt een verkennend bodemonderzoek asbest verricht.

  2. Een verkennend bodemonderzoek asbest voldoet aan NEN 5707.

  3. Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

  4. De laboratoriumanalyse wordt verricht door een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS 3000.

Artikel 5.7d

  1. Als uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat een nader bodemonderzoek nodig is, wordt een nader bodemonderzoek verricht.

  2. Een nader bodemonderzoek voldoet aan NTA 5755.

  3. Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

  4. De laboratoriumanalyse wordt verricht door een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS 3000.

Artikel 5.7e

  1. Als uit het verkennend bodemonderzoek asbest blijkt dat er een nader bodemonderzoek nodig is, wordt een nader bodemonderzoek asbest verricht.

  2. Een nader bodemonderzoek asbest voldoet aan NEN 5707.

  3. Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

  4. De laboratoriumanalyse wordt verricht door een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS 3000.

Artikel 5.7f

  1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van bodemonderzoek als bedoeld in de artikelen 5.7b, 5.7c, 5.7d en 5.7e geloosd in een vuilwaterriool.

  2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving