Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.21

Reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen

Artikel 4.336

  1. Deze paragraaf is van toepassing op:

    1. het lijmen en coaten van rubber, kunststof, metalen, keramisch materiaal, steen, papier, karton, gips, kurk, hout of houtachtig materiaal, bont, leer, textiel, planten of delen van planten; en

    2. het reinigen van rubber, kunststof, metalen, keramisch materiaal, steen, papier, karton, gips, hout of houtachtig materiaal als dit plaatsvindt in combinatie met het lijmen of coaten of een andere manier van bewerken van het materiaal.

  2. Onder het lijmen en coaten van textiel wordt ook het veredelen van textiel verstaan.

  3. Onder het reinigen van steen wordt ook het chemisch behandelen van steen verstaan.

  4. Deze paragraaf is niet van toepassing op:

    1. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;

    2. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14; en

    3. het etsen en beitsen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.15.

Artikel 4.337

  1. Het is verboden een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 4.336 te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.338

Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 4.336 wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en

  2. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.

Artikel 4.339

Met het oog op het beschermen van het milieu worden geen perfluoroctaansulfonaten gebruikt.

Artikel 4.340

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden bodembedreigende stoffen verwerkt boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

  2. Een dompelbad dat zich automatisch vult, heeft een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als het dompelbad vol is.

Artikel 4.341

  1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het reinigen, lijmen of coaten, bedoeld in artikel 4.336, geloosd in een vuilwaterriool.

  2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.342

Voor het afvalwater afkomstig van het reinigen van metalen, dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:

  1. volgens NEN-EN 858-1 en NEN-EN 858-2; of

  2. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.

Artikel 4.343

Voor het afvalwater afkomstig van het verwijderen van verflagen van hout dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.343, gemeten in een steekmonster of in een etmaalmonster.

Tabel 4.343 Emissiegrenswaarden

Stof

Emissiegrenswaarden in mg/l, gemeten in een steekmonster

Emissiegrenswaarden in mg/l, gemeten in een etmaalmonster

Lood

6

2

Zink

6

2

Adsorbeerbare organisch gebonden halogenen

3

1

Artikel 4.344

  1. Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  2. Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  3. Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    1. voor adsorbeerbare organisch gebonden halogenen: NEN-EN-ISO 9562;

    2. voor lood en zink: NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en

    3. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2.

Artikel 4.345

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  1. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;

  2. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en

  3. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.

Artikel 4.346

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.

Artikel 4.347

  1. Met het oog op het beperken van emissies in de lucht en het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder worden dampen en gassen die vrijkomen aan de bron afgezogen bij:

    1. het reinigen, lijmen of coaten van voorwerpen door het vernevelen van vluchtige organische stoffen met een nevelspuit;

    2. het coaten van voorwerpen door het opbrengen van poeder;

    3. het reinigen, lijmen of coaten van voorwerpen met vluchtige organische stoffen door dompeling in open of halfgesloten baden;

    4. het lijmen of coaten van voorwerpen met producten die vluchtige organische stoffen bevatten; en

    5. het aansluitend aan het reinigen, lijmen of coaten, bedoeld onder a tot en met d, drogen of uitharden van oppervlakken met vluchtige organische stoffen behandelde materialen of het moffelen van materialen met een poedercoating.

  2. Het eerste lid, onder c, is niet van toepassing op hoogkokende stoffen.

  3. Emissies in de lucht worden bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

Artikel 4.348

  1. Voor de emissie in de lucht is de emissiegrenswaarde voor totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.

  3. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Artikel 4.349

  1. Op het verrichten van emissiemetingen van totaal stof is NEN-EN 15259 van toepassing.

  2. Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Artikel 4.350

  1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof wordt voldaan.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.348, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.351

  1. Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste 15 minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.

  2. Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.

  3. De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

  4. De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.349 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.352

  1. Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden bij het reinigen, lijmen of coaten waarbij aan organische oplosmiddelen ten minste 1.000 kg/jaar wordt gebruikt, oplosmiddelarme producten en applicatiemethoden toegepast.

  2. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als producten, met uitzondering van planten of delen van planten:

    1. een gehalte vluchtige organische stof van ten hoogste 150 g/l voor gebruiksklare producten hebben;

    2. voldoen aan de eisen die in het Besluit organische oplosmiddelen in verven en vernissen milieubeheer aan het maximale gehalte vluchtige organische stof zijn gesteld; of

    3. een gehalte vluchtige organische stof van ten hoogste 30 volumeprocent in reinigingsmiddelen hebben.

  3. Aan het eerste lid wordt bij het coaten van planten of delen van planten in ieder geval voldaan als een dompelmethode wordt gebruikt met:

    1. een volledig watergedragen verfbad bij droogbloemen; of

    2. een watergedragen verfbad met ten hoogste 15 volumeprocent vluchtige organische stoffen die bestaan uit vloeibare kleurstoffen en, voor zover nodig, uitvloeimiddelen, bevochtigingsmiddelen of anti-schuimmiddelen bij snijbloemen.

Artikel 4.353

  1. Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden bij het reinigen waarbij aan organische oplosmiddelen ten minste 1.000 kg/jaar wordt gebruikt de volgende maatregelen getroffen:

    1. droog reinigen als dit mogelijk is;

    2. reiniging met waterige middelen als droog reinigen technisch niet mogelijk is;

    3. reiniging met organische oplosmiddelen in een procesbad dat is uitgevoerd in een gesloten systeem als reiniging met waterige middelen technisch niet mogelijk is; of

    4. reiniging met hoogkokende niet-gehalogeneerde oplosmiddelen als reiniging in een gesloten systeem technisch niet mogelijk is.

  2. In een gesloten systeem wordt de inneemzone en uitneemzone ten minste een minuut gesloten gehouden na beëindiging van het gebruik van de pompinstallatie of persluchtinstallatie.

Artikel 4.354

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden de afgezogen emissies bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving