Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 6.2.5

Mijnbouwlocatieactiviteiten

Artikel 6.45

Deze paragraaf is van toepassing op de volgende mijnbouwlocatieactiviteiten in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk:

  1. het gebruiken van een locatie voor een mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het voor die installatie geldende beperkingengebied; en

  2. het gebruiken van een locatie voor een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van kunstmatig opgewekte trillingen, met uitzondering van het bij dat onderzoek gebruiken van ontplofbare stoffen.

Artikel 6.46

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een mijnbouwlocatieactiviteit te verrichten, geldt voor:

  1. de activiteit, bedoeld in artikel 6.45, aanhef en onder a, voor zover de mijnbouwinstallatie geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt en die activiteit wordt verricht in een bij ministeriële regeling aangewezen oefen- en schietgebied; en

  2. de activiteit, bedoeld in artikel 6.45, aanhef en onder b, voor zover die activiteit wordt verricht in een bij ministeriële regeling aangewezen oefen- en schietgebied.

Artikel 6.47

  1. Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 6.45, aanhef en onder a, te verrichten als het gaat om een mijnbouwinstallatie die niet geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Een melding bevat de coördinaten van de installatie.

  3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

Artikel 6.47a

  1. Ten minste 48 uur voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 6.45, aanhef en onder b, worden aan de inspecteur-generaal der mijnen de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. gegevens over de wijze waarop het verkenningsonderzoek wordt verricht;

    2. de locatie waarop en de vaarlijnen waarlangs het verkenningsonderzoek wordt verricht, aangegeven op een kaart;

    3. de data waarop het verkenningsonderzoek wordt verricht;

    4. de namen, nationaliteit en registratiekenmerken van de vaartuigen;

    5. de gegevens over de bekwaamheid en ervaring van de personen die contact houden met de overige scheepvaart in en om de onderzoekslocatie; en

    6. gegevens over de radarapparatuur, navigatieapparatuur en telecommunicatieapparatuur van het vaartuig waarop de personen, bedoeld onder e, zich bevinden.

  2. Ten minste 48 uur voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens en bescheiden, worden de gewijzigde gegevens en bescheiden verstrekt aan de inspecteur-generaal der mijnen.

Artikel 6.48

  1. Met het oog op de veiligheid van de scheepvaart is er aan boord van een verkenningsvaartuig een persoon die contact houdt met de andere scheepvaart in en om het onderzoeksgebied.

  2. Een verkenningsvaartuig wordt begeleid door een ander vaartuig waarmee die persoon bij de begeleiding van de andere scheepvaart wordt bijgestaan.

Artikel 6.48a

Met het oog op het voorkomen van storende geluidseffecten voor zeezoogdieren wordt bij het gebruik van kunstmatig opgewekte trillingen bij een verkenningsonderzoek met een laag geluidsvolume begonnen en verloopt de versterking van dat volume geleidelijk.

Artikel 6.48b

Bij toezicht op de activiteit, bedoeld in artikel 6.45, aanhef en onder b, wordt voorzien in het vervoer van toezichthouders als bedoeld in artikel 130, aanhef en onder a, van de Mijnbouwwet.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving