Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 3.2.7

Opslagtank voor gassen

Artikel 3.21

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het opslaan van giftige, bijtende, brandbare of oxiderende gassen van ADR-klasse 2 die tot vloeistof zijn verdicht in een opslagtank met een inhoud van meer dan 150 l;

  2. het opslaan van verstikkende gassen van ADR-klasse 2 die tot vloeistof zijn verdicht in een opslagtank met een inhoud van meer dan 300 l; en

  3. het opslaan van tot vloeistof verdichte gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in een opslagtank met een inhoud van meer dan 150 l.

Artikel 3.22

  1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.21, voor zover het gaat om het opslaan van:

    1. giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2;

    2. gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;

    3. meer dan 13 m3 propaan of propeen in een opslagtank;

    4. propaan of propeen, als propaan of propeen in de vloeistoffase wordt afgetapt;

    5. brandbare gassen van ADR-klasse 2, met uitzondering van propaan of propeen; of

    6. meer dan 100 m3 oxiderende gassen van ADR-klasse 2.

  2. Het verbod geldt niet voor:

    1. het opslaan van LPG, bedoeld in artikel 4.472, tweede lid; of

    2. het opslaan van vloeibaar gemaakt vergistingsgas, bedoeld in paragraaf 4.88.

Artikel 3.23

  1. Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.21, wordt voldaan aan de regels over:

    1. het opslaan van propaan of propeen in opslagtanks, bedoeld in paragraaf 4.91, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.22; en

    2. het opslaan van oxiderende en verstikkende gassen in opslagtanks, bedoeld in paragraaf 4.92, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.22.

  2. Ook wordt voldaan aan de regels over zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.22, eerste lid.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving