Besluit activiteiten leefomgeving

Inhoud

Artikel 4.1040

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.
  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid worden op een locatie voor het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk van categorie F4:

    1. binnen 15 m van een bewaarplaats geen verbrandingsmotoren gebruikt;

    2. transportmiddelen gebruikt met rubberbanden, die worden aangedreven door handkracht of elektriciteit en die periodiek worden gecontroleerd op gebreken; en

    3. rolbanen, hijsapparatuur en transportkettingen gebruikt die:

      1. zijn geaard;

      2. een schakelaar hebben om de werking te stoppen;

      3. middelen hebben om te voorkomen dat er vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik af vallen; en

      4. regelmatig worden gecontroleerd op gebreken.

  2. Mechanische transportmiddelen hebben:

    1. gegevens over het gewicht van het transportmiddel, het vermogen dat ten hoogste kan worden geladen, het vermogen dat ten hoogste kan worden geheven, de snelheid die ten hoogste kan worden gereden, de kleinste draaicirkel, de vrije hefhoogte, de telescoop-hefhoogte, de voorwaartse en achterwaartse helling van de vork en het bedieningsvoorschrift, die voor de bestuurder vanaf de zitplaats zichtbaar zijn; en

    2. een draagbaar blustoestel, met een inhoud van ten minste 6 kg ABC-bluspoeder, dat onmiddellijk bereikbaar is voor de bestuurder.

  3. Mechanische transportmiddelen die in een bufferbewaarplaats worden gebruikt, hebben:

    1. een hoofdschakelaar met een afneembare bedieningssleutel die alleen kan worden uitgenomen als die hoofdschakelaar op uit staat;

    2. bekabeling die is beschermd tegen beschadiging en waarbij voor alle doorvoeringen en invoeringen wartels zijn gebruikt;

    3. lampen die met een metalen rooster zijn beschermd tegen mechanische beschadigingen;

    4. hoofdschakelaars, contactsloten, bedieningsschakelaars en smeltveiligheden, die verhoogd zijn beveiligd en drukvast zijn uitgevoerd;

    5. smeltveiligheden in een aparte kast waarvan de patronen alleen in spanningsloze toestand kunnen worden vervangen;

    6. stofdichte motoren die tegen overbelasting zijn beveiligd en een drukvast huis of omhulsel hebben en worden geventileerd door kokers met een labyrinth-afdichting;

    7. een voorziening voor het afvoeren van statische elektriciteit zonder vonkvorming;

    8. aandrijving met elektriciteit, verkregen uit accumulatoren; en

    9. batterijen die in een stevige, drukvaste, gesloten maar niet luchtdichte kast zijn opgesteld op een plaats met een zeer kleine kans op een mechanische beschadiging, waarbij de deksel van de kast die is gevuld met kooldioxide of samengeperste lucht aan de kant van de aansluitklemmen bestaat uit een niet-geleidend materiaal.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 18-08-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 26-10-2024 Historisch 02-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 07-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid worden op een locatie voor het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk van categorie F4:

    1. binnen 15 m van een bewaarplaats geen verbrandingsmotoren gebruikt;

    2. transportmiddelen gebruikt met rubberbanden, die worden aangedreven door handkracht of elektriciteit en die periodiek worden gecontroleerd op gebreken; en

    3. rolbanen, hijsapparatuur en transportkettingen gebruikt die:

      1. zijn geaard;

      2. een schakelaar hebben om de werking te stoppen;

      3. middelen hebben om te voorkomen dat er vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik af vallen; en

      4. regelmatig worden gecontroleerd op gebreken.

  2. Mechanische transportmiddelen hebben:

    1. gegevens over het gewicht van het transportmiddel, het vermogen dat ten hoogste kan worden geladen, het vermogen dat ten hoogste kan worden geheven, de snelheid die ten hoogste kan worden gereden, de kleinste draaicirkel, de vrije hefhoogte, de telescoop-hefhoogte, de voorwaartse en achterwaartse helling van de vork en het bedieningsvoorschrift, die voor de bestuurder vanaf de zitplaats zichtbaar zijn; en

    2. een draagbaar blustoestel, met een inhoud van ten minste 6 kg ABC-bluspoeder, dat onmiddellijk bereikbaar is voor de bestuurder.

  3. Mechanische transportmiddelen die in een bufferbewaarplaats worden gebruikt, hebben:

    1. een hoofdschakelaar met een afneembare bedieningssleutel die alleen kan worden uitgenomen als die hoofdschakelaar op uit staat;

    2. bekabeling die is beschermd tegen beschadiging en waarbij voor alle doorvoeringen en invoeringen wartels zijn gebruikt;

    3. lampen die met een metalen rooster zijn beschermd tegen mechanische beschadigingen;

    4. hoofdschakelaars, contactsloten, bedieningsschakelaars en smeltveiligheden, die verhoogd zijn beveiligd en drukvast zijn uitgevoerd;

    5. smeltveiligheden in een aparte kast waarvan de patronen alleen in spanningsloze toestand kunnen worden vervangen;

    6. stofdichte motoren die tegen overbelasting zijn beveiligd en een drukvast huis of omhulsel hebben en worden geventileerd door kokers met een labyrinth-afdichting;

    7. een voorziening voor het afvoeren van statische elektriciteit zonder vonkvorming;

    8. aandrijving met elektriciteit, verkregen uit accumulatoren; en

    9. batterijen die in een stevige, drukvaste, gesloten maar niet luchtdichte kast zijn opgesteld op een plaats met een zeer kleine kans op een mechanische beschadiging, waarbij de deksel van de kast die is gevuld met kooldioxide of samengeperste lucht aan de kant van de aansluitklemmen bestaat uit een niet-geleidend materiaal.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving