-
Een zeer zorgwekkende stof is een stof die voldoet aan een of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van de reach-verordening.
-
Een stof is in ieder geval een zeer zorgwekkende stof als die:
voorkomt:
- 1°
in bijlage VI bij de CLP-verordening en in die bijlage is ingedeeld als carcinogeen, mutageen of reprotoxisch, categorie 1a of 1b;
- 2°
op de kandidatenlijst, bedoeld in artikel 59 van de reach-verordening;
- 3°
in bijlage XVII bij de reach-verordening ten aanzien van chemische stoffen waarvoor een restrictie geldt vanwege het voldoen aan de criteria van artikel 57 van die verordening;
- 4°
in bijlage I, II of III bij de verordening persistente organische verontreinigende stoffen;
- 5°
op de lijst van stoffen voor prioritaire actie die is vastgesteld op grond van artikel 6 van het Ospar-verdrag; of
- 6°
in bijlage X bij de kaderrichtlijn water, voor zover een stof in die bijlage is aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof; of
- 1°
voldoet aan de vastgestelde wetenschappelijke criteria voor het bepalen van hormoonontregelende eigenschappen, bedoeld in:
- 1°
artikel 5, derde lid, van de Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PbEU 2012, L167) vastgesteld in Gedelegeerde Verordening 2017/2100 van de commissie van 4 september 2017 tot vaststelling van wetenschappelijke criteria voor het identificeren van hormoonontregelende eigenschappen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2017, L 301); of
- 2°
bijlage II, paragraaf 3.6.5, bij de Verordening (EG) 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309).
- 1°
Besluit activiteiten leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 5.4.3
Artikel 5.23
Eenmaal per vijf jaar worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, verstrekt:
gegevens over de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht of het water worden geëmitteerd, en
de vermijdings- en reductieprogramma’s, bedoeld in artikel 5.24.
Artikel 5.24
-
Er worden vermijdings- en reductieprogramma’s opgesteld voor zeer zorgwekkende stoffen.
-
Deze programma’s bevatten:
een overzicht van mogelijkheden om het gebruik van zeer zorgwekkende stoffen te vermijden;
als gebruik niet te vermijden is: een overzicht van mogelijkheden en technieken om emissies in de lucht of het water te voorkomen en te beperken;
informatie over de bedrijfszekerheid en de kosten van de technieken; en
informatie over afwenteleffecten.
-
Bij het overzicht van de technieken wordt informatie opgenomen over het rendement en de validatie van de technieken.
-
Op het bepalen van de kosten en het rendement van de technieken, bedoeld in het derde lid, zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.
Artikel 5.24a
-
De informatie, bedoeld in artikel 5.23, onder a, wordt ingediend met gebruikmaking van een elektronische voorziening en een elektronisch formulier die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar worden gesteld.
-
Gegevens en bescheiden die zijn verstrekt via het elektronisch formulier, gelden als ondertekend.
Artikel 5.25
-
Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu overschrijdt de concentratie van zeer zorgwekkende stoffen op leefniveau als gevolg van emissies door de activiteit, waarbij rekening wordt gehouden met de achtergrondwaarden, niet de grenswaarden, bedoeld in bijlage VIa.
-
Het eerste lid is niet van toepassing binnen de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.320, voor zover het gaat om een mijnbouwinstallatie.
Artikel 5.26
Op een berekening is standaardrekenmethode 3 Nieuw Nationaal Model van toepassing.