-
Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt een boring in zandgrond op ten minste 5 m en in andere grond op ten minste 10 m afstand van een andere kabel of leiding verricht.
-
Een boring wordt op ten minste 10 m afstand van de fundering van een viaduct verricht.
Inhoud
Artikel 9.28
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.
11-07-2026
Huidig
01-07-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
30-12-2025
Historisch
20-09-2025
Historisch
18-08-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
18-06-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
26-10-2024
Historisch
02-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
07-05-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
Tekst van deze versie
-
Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt een boring in zandgrond op ten minste 5 m en in andere grond op ten minste 10 m afstand van een andere kabel of leiding verricht.
-
Een boring wordt op ten minste 10 m afstand van de fundering van een viaduct verricht.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.