-
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden dierlijke meststoffen, herwonnen fosfaten, compost, overige organische meststoffen en stikstofkunstmest niet op of in de bodem gebracht op niet-beteelde gronden met een hellingspercentage van ten minste 7%.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op het brengen van dierlijke meststoffen op niet-beteelde gronden met een hellingspercentage tussen de 7% en 18%, als deze gronden uiterlijk acht dagen na het op of in de bodem brengen hiervan zijn ingezaaid:
met een ander gewas dan mais, aardappelen of bieten; of
met mais, aardappelen of bieten:
- 1°
op percelen of delen daarvan met een aaneengesloten lengte van ten hoogste 300 m die aan beide einden over de volle breedte door een duidelijk waarneembare kavelgrens zijn afgebakend; of
- 2°
op percelen of delen daarvan die over de volle breedte worden begrensd door gronden die zijn beteeld met een ander gewas dan mais, aardappelen of bieten over een aaneengesloten lengte van ten minste 100 m.
- 1°
-
Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder:
lengte van een perceel of deel daarvan: zijde van een perceel of zijde van een deel van een perceel die de grootste hoek vormt met de hoofdrichting van de hoogtelijnen;
breedte van een perceel of deel daarvan: zijde van een perceel of zijde van een deel van een perceel die de kleinste hoek vormt met de hoofdrichting van de hoogtelijnen.
Inhoud
Artikel 4.1191
Tekst van deze versie
-
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden dierlijke meststoffen, herwonnen fosfaten, compost, overige organische meststoffen en stikstofkunstmest niet op of in de bodem gebracht op niet-beteelde gronden met een hellingspercentage van ten minste 7%.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op het brengen van dierlijke meststoffen op niet-beteelde gronden met een hellingspercentage tussen de 7% en 18%, als deze gronden uiterlijk acht dagen na het op of in de bodem brengen hiervan zijn ingezaaid:
met een ander gewas dan mais, aardappelen of bieten; of
met mais, aardappelen of bieten:
- 1°
op percelen of delen daarvan met een aaneengesloten lengte van ten hoogste 300 m die aan beide einden over de volle breedte door een duidelijk waarneembare kavelgrens zijn afgebakend; of
- 2°
op percelen of delen daarvan die over de volle breedte worden begrensd door gronden die zijn beteeld met een ander gewas dan mais, aardappelen of bieten over een aaneengesloten lengte van ten minste 100 m.
- 1°
-
Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder:
lengte van een perceel of deel daarvan: zijde van een perceel of zijde van een deel van een perceel die de grootste hoek vormt met de hoofdrichting van de hoogtelijnen;
breedte van een perceel of deel daarvan: zijde van een perceel of zijde van een deel van een perceel die de kleinste hoek vormt met de hoofdrichting van de hoogtelijnen.
Nog geen automatische verwijzingen.