Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.96

Opslaan van brandbare vloeistoffen anders dan diesel in ondergrondse opslagtanks

Artikel 4.958

  1. Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een ondergrondse opslagtank.

  2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het opslaan van gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger.

Artikel 4.959

  1. Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.958, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Een melding bevat:

    1. de coördinaten van het vulpunt van de ondergrondse opslagtank waarin vloeibare brandstoffen worden opgeslagen voor het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen vanaf de wal;

    2. de coördinaten van het vulpunt van de ondergrondse opslagtank waarin organische oplosmiddelen van ADR-klasse 3 worden opgeslagen en de opstelplaats van de tankwagens voor het vullen en legen van de opslagtank; en

    3. een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen.

  3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

  4. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.960

  1. Als een gelijkwaardige maatregel betrekking heeft op maatregelen als bedoeld in artikel 4.966, eerste of tweede lid, is:

    1. toestemming als bedoeld in artikel 4.7 van de wet niet vereist; en

    2. het verboden de maatregel te treffen zonder dit ten minste vier weken van tevoren te melden.

  2. Een melding bevat:

    1. een beschrijving van de maatregel die zal worden getroffen; en

    2. gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.

Artikel 4.961

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.958, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en

  2. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.

Artikel 4.962

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is de afstand vanaf het vulpunt van een ondergrondse opslagtank waarin vloeibare brandstoffen voor het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen vanaf de wal worden opgeslagen:

    1. tot de begrenzing van de locatie waarop een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 wordt verricht, ten minste 20 m; of

    2. tot kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties die op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn toegelaten, ten minste de afstand, bedoeld onder a, als een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 niet de activiteit, bedoeld in artikel 4.958, omvat.

  2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is van overeenkomstige toepassing als inachtneming van de afstand, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a:

    1. niet mogelijk is door:

      1. de geringe omvang van de locatie;

      2. de bouwwerken die aanwezig zijn op die locatie; of

      3. andere fysieke belemmeringen;

    2. nadelige invloed heeft op de veiligheid en gezondheid van werknemers of bezoekers;

    3. de bedrijfsvoering ernstig belemmert; of

    4. ertoe leidt dat niet kan worden voldaan aan de interne afstanden die zijn vastgelegd in PGS 28.

  3. Het eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid zijn niet van toepassing op kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties:

    1. die een functionele binding hebben met de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3; of

    2. binnen een risicogebied externe veiligheid als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

  4. Artikel 5.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op de afstand, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid.

Artikel 4.963

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is de afstand vanaf het vulpunt van een ondergrondse opslagtank waarin organische oplosmiddelen worden opgeslagen en de opstelplaats van de tankwagens voor het vullen en legen van de opslagtank:

    1. tot de begrenzing van de locatie waarop een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 wordt verricht, ten minste 20 m; of

    2. tot beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties die op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn toegelaten, ten minste de afstand, bedoeld onder a, als een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 niet de activiteit, bedoeld in artikel 4.958, omvat.

  2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is van overeenkomstige toepassing als inachtneming van de afstand, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a:

    1. niet mogelijk is door:

      1. de geringe omvang van de locatie;

      2. de bouwwerken die aanwezig zijn op die locatie; of

      3. andere fysieke belemmeringen;

    2. nadelige invloed heeft op de veiligheid en gezondheid van werknemers of bezoekers;

    3. de bedrijfsvoering ernstig belemmert; of

    4. ertoe leidt dat niet kan worden voldaan aan de interne afstanden die zijn vastgelegd in PGS 31.

  3. Het eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid zijn niet van toepassing op beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties:

    1. die een functionele binding hebben met de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3; of

    2. binnen een risicogebied externe veiligheid als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

  4. Artikel 5.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op de afstand, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid.

Artikel 4.964

Ten minste vier weken voordat de afstand, bedoeld in artikel 4.962, tweede lid, of 4.963, tweede lid, gaat gelden, wordt het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, daarover geïnformeerd.

Artikel 4.965

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is overnachting door derden en recreatief verblijf niet toegestaan binnen 20 m vanaf het vulpunt van een ondergrondse opslagtank waarin vloeibare brandstoffen voor het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen vanaf de wal worden opgeslagen.

Artikel 4.966

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.958, voldaan aan PGS 28, als het gaat om het opslaan van vloeibare brandstoffen.

  2. Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.958, wordt voldaan aan PGS 31, als het gaat om het opslaan van andere vloeibare gevaarlijke stoffen dan vloeibare brandstoffen.

Artikel 4.967

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden een ondergrondse opslagtank en de daarop aangesloten leidingen geïnstalleerd, onderhouden en gerepareerd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800.

Artikel 4.968

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem is een ondergrondse opslagtank:

    1. dubbelwandig uitgevoerd met een systeem voor lekdetectie in de wand;

    2. enkelwandig uitgevoerd en geplaatst in een ondergrondse bak die:

      1. zich onder de opslagtank bevindt;

      2. een systeem voor lekdetectie heeft;

      3. vloeistofdicht is; en

      4. een hoogte heeft van ten minste het hoogste vloeistofniveau of een inhoud van ten minste 125% van de inhoud van de opslagtank; of

    3. enkelwandig uitgevoerd.

  2. Een systeem voor lekdetectie:

    1. is aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800; en

    2. wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming als bedoeld onder a.

  3. De resultaten van beoordelingen worden ten minste drie jaar bewaard.

  4. Op een ondergrondse opslagtank van staal en op een ondergrondse leiding van staal is kathodische bescherming aangebracht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800.

Artikel 4.969

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt bij een ondergrondse opslagtank als bedoeld in artikel 4.968, eerste lid, onder c, ten minste een peilbuis geïnstalleerd. Per groep van drie ondergrondse opslagtanks kan ook een peilbuis worden geïnstalleerd als die opslagtanks binnen 10 m van elkaar liggen.

  2. De peilbuis wordt geïnstalleerd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

  3. De positie van de peilbuis wordt bepaald aan de hand van:

    1. de opbouw en samenstelling van de bodem;

    2. de stand en stromingsrichting van het grondwater; en

    3. de aanwezigheid en invloed van oppervlaktewaterlichamen en grondwateronttrekkingsactiviteiten.

  4. De peilbuis is horizontaal op een afstand van minder dan 5 m gelegen van de ondergrondse opslagtank, tenzij dat niet mogelijk is. Als een peilbuis op een afstand van 5 m of meer van een ondergrondse opslagtank is geplaatst, is de horizontale afstand tussen de ondergrondse opslagtank en de peilbuis ten hoogste 8 m en heeft de vloeistof die in de opslagtank wordt opgeslagen een soortelijke massa die niet meer is dan de soortelijke massa van water.

Artikel 4.970

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt een geïnstalleerde peilbuis ten minste eenmaal per jaar bemonsterd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

  2. De monsters worden onderzocht door een laboratorium met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 3000. De resultaten van onderzoeken van monsters worden ten minste drie jaar bewaard.

  3. Als in de ondergrondse opslagtank vloeibare brandstoffen worden opgeslagen, worden de monsters onderzocht op aanwezigheid van:

    1. minerale oliecomponenten volgens NEN-EN-ISO 9377-2;

    2. vluchtige aromaten volgens NEN-EN-ISO 15680; en

    3. methyl-tertiair-butylether en ethyl-tertiair-butylether volgens NEN-EN-ISO 15680, als in de ondergrondse opslagtank benzine wordt opgeslagen.

  4. Als in de ondergrondse opslagtank stoffen worden opgeslagen waarvoor geen NEN, NEN-EN of ISO is vastgesteld voor het onderzoek naar de aanwezigheid van die stoffen, worden de monsters onderzocht volgens een methode die daarvoor geschikt is.

Artikel 4.971

Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt ten hoogste een week nadat de resultaten van het onderzoek naar de aanwezigheid van methyl-tertiair-butylether en ethyl-tertiair-butylether bekend zijn geworden, geïnformeerd, als de geanalyseerde waarde hoger is dan 15 μg/l.

Artikel 4.972

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt het aansluitpunt van een vulleiding of leegzuigleiding van een ondergrondse opslagtank zich:

  1. boven een vloeistofdichte bodemvoorziening; of

  2. boven of in een vulpuntmorsbak die een inhoud heeft van ten minste 5 l als die op de opslagtank is geplaatst of ten minste 65 l in andere gevallen.

Artikel 4.972a

Met het oog op de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater is de vloeistofdichte bodemvoorziening, bedoeld in artikel 4.972, onder a, niet aangesloten op het vuilwaterriool.

Artikel 4.972b

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden de kathodische bescherming op een ondergrondse opslagtank van staal en de daarop aangesloten leidingen van staal ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.

  2. De resultaten van beoordelingen worden ten minste drie jaar bewaard.

Artikel 4.973

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt ten minste eenmaal per jaar een stroomopdrukproef verricht als op een ondergrondse opslagtank van staal of op een ondergrondse leiding van staal geen kathodische bescherming is aangebracht.

  2. De stroomopdrukproef wordt verricht door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.

  3. De resultaten van stroomopdrukproeven worden ten minste drie jaar bewaard.

Artikel 4.974

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt bij een ondergrondse opslagtank van staal waarin vloeibare brandstoffen worden opgeslagen ten minste eenmaal per jaar een controle plaats op de aanwezigheid van water en bezinksel.

  2. De controle op de aanwezigheid van water en bezinksel vindt ten minste eenmaal per drie jaar plaats als:

    1. de ondergrondse opslagtank een volledige inwendige coating heeft die voldoet aan BRL-K779; en

    2. de inwendige coating is aangebracht door een onderneming met een certificaat voor BRL-K790, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL.

  3. De controle wordt verricht door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.

  4. De resultaten van controles worden ten minste drie jaar bewaard.

Artikel 4.975

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt water dat tijdens de controle, bedoeld in artikel 4.974, is aangetroffen, zo spoedig mogelijk verwijderd.

  2. Van het verwijderde water worden de elektrische geleidbaarheid en de zuurgraad beoordeeld.

  3. Als bij de derde opeenvolgende meting blijkt dat de zuurgraad en de elektrische geleidbaarheid van het water niet voldoen aan paragraaf 3.4 van SIKB Protocol 6802, wordt een inwendige keuring verricht door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.

  4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de ondergrondse opslagtank dubbelwandig is uitgevoerd met een systeem voor lekdetectie in de wand.

  5. Een systeem voor lekdetectie:

    1. is aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800; en

    2. wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderneming als bedoeld onder a.

Artikel 4.976

Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt voor het begin van de inwendige keuring, bedoeld in artikel 4.975, derde lid, daarover geïnformeerd.

Artikel 4.977

  1. Voor een ondergrondse opslagtank waarin vloeibare brandstoffen worden opgeslagen is financiële zekerheid gesteld ter dekking van aansprakelijkheid voor schade aan de bodem als gevolg van dat opslaan.

  2. De financiële zekerheid is € 225.000,– per ondergrondse opslagtank. Bij meer dan zes ondergrondse opslagtanks, waarin stoffen als bedoeld in het eerste lid of artikel 4.1001a, eerste lid, worden opgeslagen, is de financiële zekerheid € 1.350.000,– in totaal.

  3. De financiële zekerheid wordt in stand gehouden tot:

    1. vier weken nadat het rapport van het bodemonderzoek, bedoeld in artikel 5.5, is verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2; of

    2. als de bodemkwaliteit wordt hersteld op grond van artikel 5.6: tot vier weken nadat het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, is geïnformeerd over de beëindiging van de herstelwerkzaamheden op grond van artikel 5.7.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing als degene die de activiteit verricht een openbaar lichaam is.

Artikel 4.978

Binnen acht weken na het begin van de activiteit worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt dat is voldaan aan artikel 4.977.

Artikel 4.979

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.980

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.981

  1. Met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht worden bij het vullen van een ondergrondse opslagtank met benzine de uit die opslagtank verdreven dampen via een dampdichte leiding teruggevoerd naar het reservoir van de mobiele benzinetank die de benzine levert.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing als per jaar minder dan 100 m3 benzine wordt geleverd.

  3. In dit artikel wordt onder benzine verstaan: benzine als bedoeld in artikel 2, onder a, van de richtlijn opslag en distributie benzine.

Artikel 4.982

  1. Artikel 4.962, eerste en tweede lid, is niet van toepassing op opslagtanks die zijn geïnstalleerd voor 1 januari 2011.

  2. De artikelen 4.962, eerste lid, aanhef en onder a, 4.963, eerste lid, aanhef en onder a, en 4.964 zijn niet van toepassing op het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een ondergrondse opslagtank dat voor de inwerkingtreding van dit besluit al rechtmatig werd verricht, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 4.982a

Artikel 4.968, vierde lid, is niet van toepassing op een opslagtank die is geïnstalleerd voor 1 januari 2025.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving