Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 11.3.2

Houtopstanden, hout en houtproducten

Artikel 11.126

  1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder dit ten minste vier weken maar niet eerder dan een jaar voor het begin daarvan te melden.

  2. Dit artikel is niet van toepassing op het periodiek vellen van griend- of hakhout.

Artikel 11.127

  1. Als de minister het bevoegd gezag is waaraan een melding voor het geheel of gedeeltelijk vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 11.126, wordt gedaan, worden uiterlijk gelijktijdig met de melding de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de startdatum van de activiteit;

    2. een toelichting waarom het vellen van de houtopstand nodig is;

    3. de oppervlakte van de te kappen houtopstand in vierkante meters;

    4. een specificatie van:

      1. het aantal te kappen bomen;

      2. de soortaanduiding van de bomen; en

      3. de leeftijd van de bomen;

    5. als sprake is van rijbeplanting: de onderlinge plantafstand in de rij in meters;

    6. een plan hoe aan de plicht tot herbeplanting, bedoeld in artikel 11.129, wordt voldaan met ten minste de volgende gegevens:

      1. de oppervlakte van de herbeplante houtopstand in m2;

      2. een specificatie van:

        1. i

          het aantal herbeplante bomen;

        2. ii

          de soortaanduiding van de herbeplante bomen; en

        3. iii

          de kwaliteit van de herbeplante bomen; en

      3. een toelichting over geplande uitvoering van de herbeplanting; en

    7. als herbeplanting op andere grond dan de grond, bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, gewenst is:

      1. een afschrift van een gesteld maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.130; of

      2. een afschrift van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.130.

  2. Ten minste vier weken voor de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, wijzigen, worden de gewijzigde gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 11.128

Een maatwerkvoorschrift verbiedt het vellen van een houtopstand:

  1. alleen als dat nodig is voor de bescherming van bijzondere natuurwaarden of landschappelijke waarden; en

  2. telkens voor ten hoogste vijf jaar.

Artikel 11.129

  1. Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of als een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan, wordt zorg gedragen voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand.

  2. Binnen drie jaar na de herbeplanting wordt de beplanting die niet is aangeslagen vervangen.

  3. Degene die de eigendom overdraagt van grond waarvoor een plicht tot herbeplanting geldt, of een beperkt recht op die grond vestigt of overdraagt, stelt de verkrijger op de hoogte van de plicht tot herbeplanting en neemt die plicht uitdrukkelijk op in de akte van levering.

Artikel 11.130

Het met een maatwerkvoorschrift toestaan van herbeplanting op andere grond dan de grond, bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, kan:

  1. als gedeputeerde staten bevoegd zijn: alleen als de herbeplanting voldoet aan bij omgevingsverordening gestelde eisen; en

  2. als Onze Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd is: alleen als:

    1. de grond die de eigenaar wil beplanten in hetzelfde gebied ligt als dat waar de gevelde houtopstand zich bevond, waarbij wordt aangesloten bij de voor de toepassing van deze bepaling bij ministeriële regeling vastgestelde gebiedsindeling;

    2. de grond die de eigenaar wil beplanten niet van mindere kwaliteit is dan die waarop de gevelde houtopstand zich bevond;

    3. de grond die de eigenaar wil beplanten ten minste een gelijke oppervlakte heeft als die waarop de gevelde houtopstand zich bevond;

    4. de gevelde houtopstand geen deel uitmaakte van een boskern; en

    5. de belangen van de landbouw en de bosbouw niet worden geschaad.

Artikel 11.131

  1. De artikelen 11.126 en 11.129 zijn niet van toepassing op:

    1. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van:

      1. een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of

      2. een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn;

    2. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van:

      1. een maatwerkvoorschrift of een maatwerkregel die de verplichting bevat de preventieve of herstelmaatregelen te treffen die nodig zijn voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied;

      2. een maatwerkvoorschrift verbonden aan een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; of

      3. regels gesteld in een ministeriële regeling of omgevingsverordening als bedoeld in de artikelen 11.19, 11.20, 11.42, 11.43, 11.50, 11.51, 11.56 en 11.57;

    3. het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen;

    4. het vellen van houtopstanden en herbeplanten aantoonbaar wordt uitgevoerd in overeenstemming met de wijze die is beschreven in een bij ministeriële regeling aangewezen gedragscode; of

    5. het vellen van een houtopstand, als:

      1. het vellen is te beschouwen als een activiteit als bedoeld in artikel 4.12, tweede lid, onder a tot en met k, van het Omgevingsbesluit of als een onderdeel van die activiteit;

      2. de houtopstand niet is aangelegd om te voldoen aan artikel 11.129, eerste lid, artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming of artikel 3, eerste lid, van de Boswet;

      3. voordat tot aanleg van de houtopstand was overgegaan, aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof kennis is gegeven van het tijdstip en de plaats van de aanleg en die Minister de ontvangst van de kennisgeving heeft bevestigd; en

      4. de houtopstand blijkens de kennisgeving binnen een periode van 40 jaar na het op het formulier vermelde tijdstip van aanleg in zijn geheel zou worden geveld.

  2. De gedragscode, bedoeld in het eerste lid, onder d, waarborgt dat:

    1. geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuurwaarden of landschappelijke waarden;

    2. de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern;

    3. herbeplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt;

    4. de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond; en

    5. de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.

Artikel 11.132

Het is verboden te handelen in strijd met:

  1. artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningen-systeem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap (PbEU 2005, L 347); en

  2. de artikelen 4 en 5 van verordening (EU) nr. 995/2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen (PbEU 2010, L 295).

Artikel 11.133

Met een maatwerkvoorschrift kan alleen worden afgeweken van artikel 11.132 als dit in overeenstemming is met de bij of krachtens de daar genoemde verordening (EG) nr. 2173/2005 of verordening (EU) nr. 995/2010 gestelde regels.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving