-
Deze paragraaf is van toepassing op het vergisten van dierlijke meststoffen in een vergistingstank.
-
Deze paragraaf is ook van toepassing op:
een na-opslag van digestaat zolang dat biologisch actief is;
een gaszak of opslagtank voor de opslag van vergistingsgas;
een gedeelte voor de bewerking van vergistingsgas; of
een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten.
Besluit activiteiten leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 4.88
Artikel 4.864a
-
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.864, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
-
Een melding bevat:
de maximale verwerkingscapaciteit van dierlijke meststoffen in kubieke meters per jaar;
de maximale opslagcapaciteit van het vergistingsgas in kubieke meters;
de coördinaten van:
- 1°
het middelpunt van een gaszak waarin vergistingsgas wordt opgeslagen; en
- 2°
het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen;
- 1°
de methode van bewerking en de bestemming van het vergistingsgas; en
de methode van stabilisatie van het digestaat.
-
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
-
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.865
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.864, wordt voldaan aan de regels over bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
Artikel 4.866
-
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is de afstand vanaf het middelpunt van een gaszak waarin vergistingsgas wordt opgeslagen tot de begrenzing van de locatie waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, wordt verricht, ten minste 50 m.
-
De afstand vanaf het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen tot de begrenzing van de locatie waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, wordt verricht, is ten minste 50 m.
-
De afstand geldt tot beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties die op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn toegelaten, als inachtneming van de afstand, bedoeld in het eerste en tweede lid:
niet mogelijk is door:
- 1°
de geringe omvang van de locatie;
- 2°
de bouwwerken die aanwezig zijn op die locatie; of
- 3°
andere fysieke belemmeringen;
- 1°
nadelige invloed heeft op de veiligheid en gezondheid van werknemers of bezoekers; of
de bedrijfsvoering ernstig belemmert.
-
Het derde lid is niet van toepassing op beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties:
die een functionele binding hebben met de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3; of
binnen een risicogebied externe veiligheid als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
-
Artikel 5.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op de afstand, bedoeld in het derde lid.
Artikel 4.867
Ten minste vier weken voordat de afstand, bedoeld in artikel 4.866, derde lid, gaat gelden, wordt het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, daarover geïnformeerd.
Artikel 4.868
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is overnachting door derden en recreatief verblijf niet toegestaan binnen 50 m vanaf een gaszak of een opslagtank waarin vergistingsgas wordt opgeslagen of het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen.
Artikel 4.869
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt kooldioxide die vrijkomt bij het bewerken van vergistingsgas bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.
Artikel 4.870
-
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een gaszak voor vergistingsgas eenmaal per twaalf maanden visueel geïnspecteerd op tekenen van verwering of slijtage.
-
Op een vast opgestelde opslagtank voor vloeibaar gemaakt vergistingsgas is PGS 33-1 van overeenkomstige toepassing.
-
Bij het legen van de opslagtank is PGS 33-1 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.871
-
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van emissies in de lucht:
is een mestvergistingsinstallatie gasdicht en beveiligd tegen overdruk; en
voldoet een mestvergistingsinstallatie aan de NTA 9766 en is een verklaring beschikbaar waaruit dit blijkt.
-
De verklaring heeft een geldigheid van ten hoogste vijftien jaar. Kort voor het verlopen van de geldigheid wordt een mestvergistingsinstallatie opnieuw beoordeeld.
Artikel 4.872
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van emissies in de lucht:
wordt digestaat dat nog biologisch actief is:
- 1°
niet getransporteerd; en
- 2°
buiten de vergistingstank niet gemengd met vaste mest of drijfmest; en
- 1°
wordt het overgebleven digestaat gestabiliseerd zodra een vergistingstank of na-opslag buiten bedrijf wordt gesteld en niet meer gasdicht is.
Artikel 4.873
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van emissies in de lucht wordt bij vergistingsgas uit een mestvergistingsinstallatie dat de locatie via een leiding verlaat die installatie zo afgesteld dat:
bij een plotselinge drukval in de leiding de levering van vergistingsgas onverwijld wordt stopgezet; en
na stopzetting van de levering deze pas weer wordt hervat als het probleem is opgelost.
Artikel 4.874
-
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van emissies in de lucht wordt het vergistingsgas uit een mestvergistingsinstallatie bij ingebruikname bemonsterd, waarbij het gehalte aan waterstofsulfide wordt geanalyseerd.
-
Als vergistingsgas via een leiding naar een andere locatie wordt getransporteerd, wordt bij het punt waarop het gas in de leiding wordt gebracht ook het gehalte aan ammoniak geanalyseerd en het dauwpunt bij een druk van 8 bar bepaald.
Artikel 4.875
-
Bij het verlaten van een mestvergistingsinstallatie is de grenswaarde voor het gehalte waterstofsulfide in vergistingsgas 430 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.
-
Als vergistingsgas via een leiding naar een andere locatie wordt getransporteerd, is:
de grenswaarde voor het gehalte ammoniak in het vergistingsgas 15 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting; en
het dauwpunt niet meer dan -3 °C bij een druk van 8 bar.
Artikel 4.876
-
Een mestvergistingsinstallatie heeft een elektronisch monitoringssysteem.
-
Als de resultaten van de monitoring hiertoe aanleiding geven, worden maatregelen getroffen om de werking van een mestvergistingsinstallatie te waarborgen en onveilige situaties of emissies van vergistingsgas te voorkomen.
Artikel 4.877
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevinden de vergistingstank en de na-opslag van digestaat of het gedeelte voor de bewerking van vergistingsgas zich boven een aaneengesloten bodemvoorziening.
Artikel 4.878
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het afvalwater afkomstig van het bewerken van vergistingsgas niet geloosd.
Artikel 4.878a
De artikelen 4.866, eerste en tweede lid, en 4.867 zijn niet van toepassing op het vergisten van dierlijke meststoffen in een installatie dat voor de inwerkingtreding van dit besluit al rechtmatig werd verricht, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit.