Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.113

Militaire oefeningen

Artikel 4.1158

Deze paragraaf is van toepassing op het houden van militaire oefeningen door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht.

Artikel 4.1159

  1. Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.1158, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

  2. Een melding bevat:

    1. een aanduiding van de locatie waarop de activiteit zal worden verricht;

    2. de naam van de beheerder van het terrein; en

    3. als de activiteit wordt verricht op een terrein zonder militair object: de standaard oefenkaart van het terrein.

  3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

  4. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.1159a

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1158, wordt voldaan aan de regels over bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.

Artikel 4.1160

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt geen oefenmunitie die projectielen veroorzaakt, gebruikt met een maximale dracht van meer dan 180 m, gebaseerd op de combinatie van wapen en munitie.

  2. Oefenmunitie die projectielen veroorzaakt wordt niet gebruikt als derden zonder beschermingsmiddelen binnen een cirkel met een straal van 180 m aanwezig zijn, gemeten vanuit iedere individuele schutter die deelneemt aan de oefening.

Artikel 4.1161

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt oefenmunitie die geen projectielen veroorzaakt niet gebruikt binnen een afstand van 100 m ten opzichte van personen die niet aan de oefening deelnemen.

Artikel 4.1162

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid worden explosieve ladingen niet ontstoken als:

  1. personen die niet aan de oefening deelnemen zich binnen een straal van 180 m bevinden; of

  2. de hoeveelheid springstof meer is dan 50 g NEM.

Artikel 4.1163

  1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid worden gevaarlijke stoffen of voorwerpen van ADR-klasse 1.3 en 1.4 opgeslagen volgens de voorschriften 18301 tot en met 18308 van MP-40-21, en wordt een onveilige zone van 25 m aangehouden.

  2. Op militaire objecten zonder permanente voorzieningen voor de opslag van gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 1.3 wordt niet meer dan 50 kg NEM van deze gevaarlijke stoffen of voorwerpen opgeslagen.

Artikel 4.1164

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem of een oppervlaktewaterlichaam vindt het tanken van voertuigen, vaartuigen of werktuigen met vloeibare brandstoffen buiten een vloeistofdichte bodemvoorziening plaats boven een lekbak.

  2. Als een lekbak technisch niet mogelijk is, worden absorptiemiddelen gebruikt.

  3. Het vulpistool van een mobiele installatie voor het tanken wordt tijdens het tanken niet vastgezet.

Artikel 4.1165

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem of een oppervlaktewaterlichaam vindt het onderhouden of repareren van onderdelen van gemotoriseerde voertuigen, vaartuigen of werktuigen, die olie of koelvloeistof bevatten, buiten een daarvoor ingerichte voorziening plaats boven een lekbak.

  2. Als een lekbak technisch niet mogelijk is, worden absorptiemiddelen gebruikt.

Artikel 4.1166

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem op een militair object of terrein zonder permanente bodembeschermende voorzieningen voor het opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, in verpakking of gevaarlijke afvalstoffen in verpakking worden:

  1. hoeveelheden van meer dan 50 l vloeibare gevaarlijke stoffen en gevaarlijke afvalstoffen in verpakking opgeslagen boven een opvangsysteem dat ten minste de hoeveelheid van de grootste verpakking vermeerderd met 10% van de overige opgeslagen hoeveelheid kan bevatten; en

  2. hoeveelheden van minder dan 50 l vloeibare gevaarlijke stoffen en gevaarlijke afvalstoffen in verpakking opgeslagen op een absorptiedoek, tenzij de vloeibare gevaarlijke stoffen of gevaarlijke afvalstoffen zijn verpakt in dubbelwandige verpakkingen.

Artikel 4.1167

  1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden in een mobiel brandstofdepot, dat voor meer dan zeven dagen wordt opgesteld, de brandstofcontainers, tankwagens, pompen en leidingen boven een vloeistofdichte bodemvoorziening geplaatst.

  2. In een mobiel brandstofdepot dat voor minder dan zeven dagen wordt opgesteld, worden de brandstofcontainers, tankwagens, pompen en leidingen boven een aaneengesloten bodemvoorziening geplaatst.

  3. Bij het gebruik van brandstofzakken in een mobiel brandstofdepot worden deze geplaatst in een omwalling met een folie dat voldoende sterk en voor brandstof ondoorlaatbaar is en worden de pompen en leidingen boven een lekbak geplaatst.

  4. Met brandstof verontreinigd hemelwater uit de bodembeschermende voorzieningen wordt niet geloosd.

Artikel 4.1168

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden gemotoriseerde voertuigen niet gewassen buiten een daarvoor ingerichte voorziening.

Artikel 4.1169

  1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater en het voorkomen van verontreiniging van de bodem of een oppervlaktewaterlichaam wordt proceswater van een mobiele drinkwaterinstallatie geloosd in een vuilwaterriool.

  2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving