Besluit activiteiten leefomgeving

Inhoud

Artikel 4.1137

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2025.
  1. Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1135, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2:

    1. de verwachte datum van het begin van:

      1. het boren;

      2. het aanleggen van het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem; en

      3. het aanleggen van het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem;

    2. de naam en het adres van degene die:

      1. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;

      2. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;

      3. de boringen verricht;

      4. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt; en

      5. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt;

    3. de soort circulatievloeistof die in het bodemenergiesysteem wordt toegepast;

    4. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;

    5. een verklaring van degene die het bodemenergiesysteem ontwerpt of aanlegt over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; en

    6. informatie over het bodemzijdig vermogen van het bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem volgens het ontwerp zal voorzien.

  2. Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 18-08-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 26-10-2024 Historisch 02-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 07-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2024

Tekst van deze versie

  1. Ten minste vier weken voor het begin van de activiteitactiviteit, bedoeld in artikel 4.1135, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2:

    1. een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de liggingverwachte van de lussendatum van het geslotenbegin bodemenergiesysteem, het middelpunt van het systeem en de einddiepte waarop het systeem zal worden aangelegd;van:

      1. de1°het coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte van het systeem in meters onder het maaiveld;boren;
      2. gegevens2°het waaruit blijkt dat het gebruikenaanleggen van het geslotenondergrondse bodemenergiesysteemdeel nietvan leidthet totbodemenergiesysteem; negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;en
      3. een3°het verklaringaanleggen van degenehet diebovengrondse deel van het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen;bodemenergiesysteem;
    2. informatiede overnaam en het bodemzijdig vermogenadres van hetdegene gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; endie:

      1. de1°het naamondergrondse endeel van het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen en installeren en van degene die de boringen zal verrichten.ontwerpt;
      2. 2°het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
      3. 3°de boringen verricht;
      4. 4°het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt; en
      5. 5°het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt;
    3. de soort circulatievloeistof die in het bodemenergiesysteem wordt toegepast;
    4. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;
    5. een verklaring van degene die het bodemenergiesysteem ontwerpt of aanlegt over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; en
    6. informatie over het bodemzijdig vermogen van het bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem volgens het ontwerp zal voorzien.
  2. Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving