Eisen

Wijze van keuren

1.

Alle onderdelen van brandstofsystemen dan wel van de elektrische aandrijving van gehandicaptenvoertuigen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd.

Visuele controle van alle aanwezige brandstofsystemen.

2.

Brandstofsystemen mogen geen lekkage vertonen.

Visuele controle. Een installatie voor een al dan niet tot vloeistof verdicht gas wordt gecontroleerd met behulp van apparatuur dat lekkage vaststelt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld.

3.

De vulopening van een brandstofreservoir moet zijn afgesloten met een passende tankdop.

Leden 3 tot en met 6: visuele controle.

4.

Gehandicaptenvoertuigen met een verbrandingsmotor moeten zijn voorzien van een:

a. voorziening voor het regelen van de snelheid van het voertuig, en

b. vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare brandstofniveaumeter, tenzij het voertuig is voorzien van een brandstoftank met reservestand.

5.

Gehandicaptenvoertuigen met een elektromotor moeten zijn voorzien van een:

a. aan- en uitschakelaar voor de elektromotor, en

b. schakelaar voor het regelen van de snelheid van het voertuig.

6.

Gehandicaptenvoertuigen met een elektromotor moeten zijn voorzien van een vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare:

a. aanduiding omtrent de ladingsconditie van de tractiebatterijen, en

b. aan- en uitindicator voor de elektrische installatie.