Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Windschermen en stroomlijnkappen van motorfietsen mogen de bediening van de stuurinrichting, de koppeling en de remmen niet belemmeren. | Visuele controle, waarbij het stuur naar de uiterste linker- en rechterstuurstand wordt bewogen en de handels van de koppeling en reminrichting worden bediend. |
2. | Windschermen, stroomlijnkappen en permanent aangebrachte inrichtingen om lading mee te kunnen vervoeren, moeten deugdelijk zijn bevestigd. | Visuele controle. |
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 9
Artikel 5.4.45
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Motorfietsen die in gebruik zijn genomen na 16 juni 2003, moeten zijn voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel. | Leden 1 tot en met 4: visuele controle. |
2. | Motorfietsen die in gebruik zijn genomen na 26 november 1975 doch voor 17 juni 2003, moeten zijn voorzien van: a. een linkerbuitenspiegel, en b. een rechterbuitenspiegel indien de maximumsnelheid van het voertuig 100 km/h of meer kan bedragen en het voertuig na 31 december 1996 in gebruik is genomen. | |
3. | De spiegels moeten deugdelijk zijn bevestigd. | |
4. | Het spiegelglas van de verplichte spiegels mag geen verschijnselen van breuk vertonen en mag niet in ernstige mate zijn verweerd. | |
5. | In afwijking van het eerste, derde en vierde lid mogen verplichte spiegels bij motorfietsen met een gedeeltelijk gesloten carrosserie zijn vervangen door goedwerkende camera-monitorsystemen. Indien spiegels vervangen zijn door camera-monitorsystemen, dan moeten deze systemen deugdelijk bevestigd zijn. | Visuele controle |
Artikel 5.4.46
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | De zitplaats of zitplaatsen van motorfietsen moeten deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | Voetsteunen moeten deugdelijk zijn bevestigd. |
Artikel 5.4.48
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Motorfietsen mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. | Leden 1 tot en met 3: visuele controle. |
2. | De wielen onderscheidenlijk banden van motorfietsen mogen niet aanlopen. | |
3. | Geen deel aan de buitenzijde van een motorfiets mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken. |