Regeling voertuigen Actueel

Inhoud

§ 8

Platenremtestbanken

Artikel 8.4.74

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. platenremtestbank: meetmiddel waarmee de remwerking van een voertuig kan worden onderzocht door het meten van de remkracht van de wielen van een afremmend voertuig op vlakke, horizontale meetplaten;

  2. remkracht: horizontaal op de meetplaten van de platenremtestbank werkende kracht, overgedragen aan een daarop rollend wiel als gevolg van het in werking zijn van de reminrichting;

  3. resulterende meetwaarde: door de platenremtestbank aangewezen waarde die als uiteindelijk resultaat van de remtest wordt gepresenteerd;

  4. meetperiode: periode dat remkracht aanwezig is.

Artikel 8.4.74a

Onverminderd het bepaalde in artikel 8.1.12, tweede lid, onderdeel a, wordt een verzegeling aangebracht tussen de platenremtestbank en zijn fundering.

Artikel 8.4.75

  1. De platenremtestbank moet een voorziening hebben waarmee op een betrouwbare en veilige wijze door het aanbrengen van een kracht inwerkend op de krachtopnemers een statische remkracht kan worden gesimuleerd.

  2. De platenremtestbank moet zijn voorzien van de volgende controle-inrichtingen:

    1. een testaansluiting;

    2. een inrichting waarmee automatisch voorafgaande aan een meting dan wel handmatig door de gebruiker een remkracht wordt gesimuleerd.

  3. Met de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde inrichting wordt de juiste werking van de platenremtestbank gecontroleerd. Tijdens deze controle moeten alle circuits worden gecontroleerd, die invloed kunnen hebben op de nauwkeurigheid van de aanwijzing. De omzetting van remkracht inclusief de circuits die het primaire meetsignaal genereren, mogen hiervan zijn uitgezonderd.

Artikel 8.4.75a

Een geïntegreerde pedaalkrachtmeter voldoet aan de eisen in de artikelen 8.4.27 en 8.4.28 en is voorzien van een arreteerinrichting.

Artikel 8.4.75b

  1. De maximale fout, in plus en in min, van de aangewezen statische remkracht bedraagt:

    1. bij een kracht die niet groter is dan 2500 N: 100 N;

    2. bij een kracht die groter is dan 2500 N: 4% van de werkelijke remkracht.

  2. Bij meting van de remkracht van de wielen van een as mag, bij gelijke remkracht, het verschil in aanwijzing voor de beide wielen niet groter zijn dan de helft van de maximale fout, bedoeld in het eerste lid.

  3. De maximale fout in de resulterende meetwaarde bedraagt 2,5% van de aangewezen waarde, indien deze uitsluitend veroorzaakt wordt door dynamische effecten in de meetsignalen.

Artikel 8.4.75c

  1. De resulterende meetwaarden worden door analoge of digitale aanwijzingen aangegeven.

  2. Indien een registratie-inrichting aanwezig is, moet deze de resulterende meetwaarden vermelden.

  3. De aanwijzingen moeten:

    1. zijn voorzien van een nulstelinrichting; en

    2. zodanig zijn uitgevoerd dat per as de bijbehorende paren meetgegevens gelijktijdig voor aflezing of verdere verwerking beschikbaar zijn.

  4. Een analoge of digitale aanwijzing is zodanig dat:

    1. de onnauwkeurigheid in de resulterende meetwaarde en in het verschil in remkracht tussen het linker- en rechterwiel, uitsluitend als gevolg van de beperkte afleesnauwkeurigheid, niet meer bedraagt dan een vijfde deel van de maximale fout geldend voor het betreffende meetresultaat;

    2. de aflezing op eenvoudige wijze mogelijk is.

Artikel 8.4.75d

  1. De platenremtestbank is op eenvoudige wijze te bedienen en werkt op veilige wijze.

  2. Het oppervlak van de meetplaten is zodanig dat in droge toestand de aan het wiel overgedragen remkracht ten minste 0,6 maal de waarde van de kracht kan bereiken die een wiel op zijn ondersteuning uitoefent.

  3. De minimale lengte van de meetplaat bedraagt 1,35 m.

Artikel 8.4.75e

De resulterende meetwaarde is de maximale gemeten remkracht, met uitzondering van een eventuele piekwaarde aan het begin van de meetperiode en aan het eind van de meetperiode.

Artikel 8.4.76

  1. Typekeuringscertificaten die afgegeven zijn vóór 1 januari 2012, vervallen met ingang van 1 augustus 2012.

  2. Platenremtestbanken die op basis van vóór 1 januari 2012 afgegeven typekeuringscertificaten in gebruik genomen zijn, moeten blijven voldoen aan de eisen zoals die van kracht waren op 31 december 2011.

← terug naar Regeling voertuigen