Regeling voertuigen Actueel

Inhoud

§ 10

Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.14.51

Eisen

Wijze van keuren

Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken moeten zijn voorzien van:

a. twee stadslichten indien het voertuig breder is dan 1,60 m en een maximumconstructiesnelheid van meer dan 40 km/h heeft;

b. twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig;

c. twee achterlichten;

d. twee remlichten;

e. twee rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;

f. twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;

g. ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig, de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn;

h. achterkentekenplaatverlichting, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2017;

i. markering van de breedte aan de voor- en achterzijde van het voertuig die voldoet aan de in bijlage VIII, artikelen 132 en 133, gestelde eisen, indien het voertuig breder is dan 2,55 m en in gebruik is genomen na 31 december 2017;

j. één rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig, in de vorm van een afgeknotte driehoek die is voorzien van een goedkeuringsmerk waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikel 123, van toepassing is, indien het voertuig aan de achterzijde niet is voorzien van een kentekenplaat;

k. zijmarkeringslichten indien het een landbouw- of bosbouwaanhangwagen betreft met de voertuigclassificatie R3 of R4, die langer is dan 4,60 m en in gebruik is genomen na 31 december 2021.

Onderdeel a: visuele controle, ingeval van twijfel wordt gemeten.

Onderdelen b tot en met h: visuele controle.

Onderdeel i: visuele controle, ingeval van twijfel wordt gemeten.

Onderdelen j en k: visuele controle.

Artikel 5.14.53

Eisen

Wijze van keuren

1.

De stadslichten mogen niet anders dan wit of geel licht uitstralen.

Leden 1 tot en met 5: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De richtingaanwijzers en remlichten mogen niet anders dan ambergeel of rood stralen.

3.

De achterlichten mogen niet anders dan rood stralen.

4.

De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit licht uitstralen en mag niet naar achteren uitstralen.

5.

De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel licht uitstralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood licht mag uitstralen.

Artikel 5.14.55

Eisen

Wijze van keuren

1.

De in artikel 5.14.51 bedoelde lichten moeten goed werken. Indien een licht wordt gevormd door meerdere lichtbronnen, mag door defecte lichtbronnen het oorspronkelijk lichtoppervlak met niet meer dan 25% afnemen.

Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.

Leden 2 tot en met 4: visuele controle.

3.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zijn verwijderd.

4.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 128, van toepassing.

5.

Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, kleur en sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie, moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.

Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

6.

De in artikel 5.14.51 bedoelde lichten en retroreflectoren mogen, voor zover het het lichtdoorlatend gedeelte betreft, ten hoogste 25% zijn afgeschermd.

Leden 6 en 7: visuele controle.

7.

De in artikel 5.14.51 bedoelde retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen die de retroreflectie beïnvloeden.

Artikel 5.14.57

Eisen

Wijze van keuren

Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken mogen zijn voorzien van:

a. twee stadslichten, indien deze verlichting niet reeds op grond van artikel 5.14.51, eerste lid, aanhef en onderdeel a, verplicht is;

b. twee extra achterlichten;

c. één of twee extra remlichten;

d. één of twee achteruitrijlichten;

e. één of twee mistachterlichten;

f. twee extra rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;

g. twee extra witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;

h. extra ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig; de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn;

i. twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de achterzijde van het voertuig;

j. waarschuwingsknipperlichten aan het meest naar achteren gelegen gedeelte van de zich aan de zij- of achterkant van het voertuig bevindende laad- en losklep in horizontale stand;

k. twee of vier markeringslichten aan de voorzijde en twee of vier markeringslichten aan de achterzijde van het voertuig;

l. zijmarkeringslichten;

m. lijn- of contourmarkering aan de zijkant en achterzijde van het voertuig;

n. twee staaklichten;

o. werklichten;

p. een licht aan de voorzijde van het voertuig dat de werking van het antiblokkeer- of besturingssysteem aangeeft;

q. achterkentekenplaatverlichting, indien het voertuig in gebruik is genomen voor 1 januari 2021;

r. markering van de breedte aan de voor- en achterzijde van het voertuig die voldoet aan de in bijlage VIII, artikelen 132 en 133, gestelde eisen;

s. één rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig, in de vorm van een afgeknotte driehoek die is voorzien van een goedkeuringsmerk waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikel 123, van toepassing is, indien deze retroreflector niet reeds op grond van artikel 5.14.51, eerste lid, aanhef en onderdeel j, verplicht is.

Visuele controle.

Artikel 5.14.57a

Eisen

Wijze van keuren

Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken in gebruik voor werkzaamheden die zijn vastgesteld krachtens artikel 30, eerste lid, van het RVV 1990, mogen zijn voorzien van gele zwaai-, flits- of knipperlichten.

Visuele controle.

Artikel 5.14.59

Eisen

Wijze van keuren

1.

De stadslichten en achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.

Leden 1 tot en met 8: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De achterlichten en mistachterlichten mogen niet anders dan rood stralen.

3.

De extra richtingaanwijzers en de waarschuwingslichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.

4.

De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood mag stralen.

5.

De markeringslichten en staaklichten mogen naar voren niet anders dan wit en naar achteren niet anders dan rood stralen.

6.

De remlichten mogen niet anders dan rood stralen.

7.

De lijn- of contourmarkering aan de zijkant is wit of geel. De lijn- of contourmarkering aan de achterzijde is rood, wit of geel.

8.

De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.

Artikel 5.14.59a

Eisen

Wijze van keuren

1.

De in artikel 5.14.57 bedoelde lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.

Leden 1 tot en met 3: visuele controle.

2.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zijn verwijderd.

3.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 128, van toepassing.

4.

Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, kleur en sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie, moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.

Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

Artikel 5.14.61

Eisen

Wijze van keuren

1.

De verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen, bedoeld in de artikelen 5.14.51 en 5.14.57, moeten zijn aangebracht op een afstand van niet meer dan 0,50 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig.

Leden 1 en 2: visuele controle; in geval van twijfel wordt gemeten.

2.

In afwijking van het eerste lid, moeten de stadslichten zijn aangebracht op een afstand van niet meer dan 0,25 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op de achteruitrijlichten, remlichten, achterkentekenplaatverlichting, rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek, mistachterlichten en werklichten.

Artikel 5.14.64

Eisen

Wijze van keuren

1.

Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken mogen, met uitzondering van werklichten, niet zijn voorzien van verblindende lichten.

Leden 1 tot en met 3: visuele controle.

2.

Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten en remlichten ten behoeve van het noodstopsignaal, niet zijn voorzien van knipperende lichten.

3.

In afwijking van het tweede lid, mogen de zijmarkeringslichten van landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken synchroon met de richtingaanwijzers aan dezelfde kant van het voertuig knipperen.

Artikel 5.14.65

Eisen

Wijze van keuren

1.

Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken mogen niet zijn voorzien van:

a. meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.14.51, 5.14.57 en 5.14.57a is voorgeschreven of toegestaan, en

b. in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig.

Visuele controle. Indien lichtarmaturen aanwezig zijn voor lichten die niet zijn voorgeschreven dan wel toegestaan, mogen de lichten hiervan niet werken.

2.

Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken mogen niet zijn voorzien van lichtarmaturen voor blauwe zwaai-, flits- of knipperlichten of voorzieningen die de indruk wekken dat het voertuig is voorzien van een dergelijke lichtarmatuur.

Visuele controle.

← terug naar Regeling voertuigen