Eisen

Wijze van keuren

1.

De stadslichten en achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.

Leden 1 tot en met 8: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.

2.

De achterlichten en mistachterlichten mogen niet anders dan rood stralen.

3.

De extra richtingaanwijzers en de waarschuwingslichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.

4.

De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood mag stralen.

5.

De markeringslichten en staaklichten mogen naar voren niet anders dan wit en naar achteren niet anders dan rood stralen.

6.

De remlichten mogen niet anders dan rood stralen.

7.

De lijn- of contourmarkering aan de zijkant is wit of geel. De lijn- of contourmarkering aan de achterzijde is rood, wit of geel.

8.

De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.