Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Alle onderdelen van de brandstofsystemen van motorfietsen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd. | Visuele controle van alle aanwezige brandstofsystemen. |
2. | De brandstofsystemen mogen geen lekkage vertonen. | Visuele controle. Een LPG-installatie wordt gecontroleerd met behulp van apparatuur dat lekkage vaststelt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld. |
3. | De vulopening van een brandstofreservoir moet zijn afgesloten met een passende tankdop. | Visuele controle. |
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 3
Artikel 5.4.10
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Indien de motorfiets is voorzien van een LPG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.4.9, voldoen aan in de volgende leden gestelde eisen. | – |
2. | De LPG-tank: a. moet permanent zijn aangebracht aan het voertuig; b. mag niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak, en c. mag geen deuken vertonen. | Leden 2 tot en met 4: visuele controle. |
3. | De leidingen mogen geen knikken vertonen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak. | |
4. | De gasvoerende slangen van rubber mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. De slangen die aan de buitenzijde van een metalen wapening zijn voorzien, mogen geen beschadiging vertonen. |
Artikel 5.4.10a
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Indien de motorfiets is voorzien van een CNG- of LNG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.4.9, voldoen aan de in het tweede tot en met achtste lid gestelde eisen. | – |
2. | De CNG- of LNG-tank: a. moet permanent zijn aangebracht aan het voertuig, en b. mag geen deuken vertonen. | Leden 2 tot en met 4: visuele controle. |
3. | De vervaldatum van de goedkeuring, en indien van toepassing van de herkwalificatie, van een CNG- of LNG-tank mag niet verstreken zijn. | |
4. | Op de CNG- of LNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig. | |
Indien een controle op deze wijze niet mogelijk is, wordt de motor gestart en nadat is overgeschakeld op CNG wordt gecontroleerd of de spoel is bekrachtigd. Daarna wordt door het contact uit te schakelen gecontroleerd of de bekrachtiging is weggevallen. | ||
5. | De onderdelen van de CNG- of LNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak. | Leden 5 tot en met 8: visuele controle |
6. | De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen. | |
7. | De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. | |
8. | De vulaansluiting moet: a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig; b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water. |
Artikel 5.4.11
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Motorfietsen moeten zijn voorzien van een uitlaatsysteem dat over de gehele lengte gasdicht is, met uitzondering van de afwateringsgaatjes. | Visuele en auditieve controle bij draaiende motor. |
2. | Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd. | Visuele controle. |
3. | Motorfietsen mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau produceren dan de waarde die voor het voertuig is vermeld in het kentekenregister, vermeerderd met 2 dB(A). Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 33, 34 en 35, van toepassing. | – |
4. | Motorfietsen waarvoor geen waarde als bedoeld in het derde lid is vermeld, mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen te hoog geluidsniveau produceren. Hierbij is het bepaalde inbijlage VIII, artikelen 33, 34 en 35, van toepassing. | – |
Artikel 5.4.12
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | De accu van motorfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De elektrische bedrading van motorfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd. |
Artikel 5.4.12a
Eisen | Wijze van Keuren | |
De onderdelen van de elektrische aandrijflijn van elektrisch aangedreven of hybride elektrische motorfietsen: a. moeten deugdelijk zijn; b. moeten deugdelijk zijn bevestigd; c. mogen niet zijn beschadigd; d. mogen geen lekkage vertonen; e. moeten goed zijn afgeschermd, met uitzondering van de kabelset; f. moeten goed zijn geïsoleerd. | Visuele controle. |
Artikel 5.4.13
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | De motor van motorfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd. | Leden 1 en 2: visuele controle. |
2. | De motorsteunen mogen niet in ernstige mate zijn beschadigd, de rubbers mogen niet zijn doorgescheurd en de vulkanisatie mag niet geheel zijn losgeraakt. |