Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | Bussen die na 30 juni 1967 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter, die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is. | Visuele controle. De werking en afleesbaarheid wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport. |
2. | De volgende bussen zijn voorzien van een snelheidsbegrenzer: | Visuele controle aan de hand van het installatieplaatje. |
a. bussen met een dieselmotor, met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 10.000 kg, die na 30 september 2001 doch voor 1 januari 2005 in gebruik zijn genomen; | ||
b. bussen met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 10.000 kg, die na 31 december 2004 in gebruik zijn genomen; | ||
c. bussen met een technisch toegestane maximummassa van meer dan 10.000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen. | ||
3. | De snelheidsbegrenzer moet zijn afgesteld op: a. een zodanige snelheid, dat de maximumsnelheid van bussen niet meer dan 100 km/h kan bedragen; | Visuele controle of het installatieplaatje de juiste snelheid aangeeft. Tevens wordt, waar toepasbaar, met een diagnosesysteem vastgesteld of de ingestelde snelheid juist is. |
b. maximaal 100 km/h, indien het een bus betreft met een technisch toegestane maximummassa van meer dan 10.000 kg, die voor 1 januari 2005 in gebruik is genomen. | ||
De ingestelde snelheid is onuitwisbaar vermeld op een installatieplaatje dat op een duidelijk zichtbare plaats in de stuurcabine van het voertuig is aangebracht. | ||
4. | De snelheidsbegrenzer en de voor het functioneren noodzakelijke aansluitingen moeten met behulp van een verzegeling of door de noodzaak om speciale gereedschappen te gebruiken zijn beschermd tegen niet-toegestane bijstelling of onderbreking van de stroomvoorziening. | Visuele controle van alle zichtbare aansluitingen en verbindingen. |
5. | Het tweede lid is niet van toepassing op bussen: a. in gebruik bij de in de artikelen 29, eerste lid, en 30b van het RVV 1990 bedoelde diensten; b. die blijkens een voor het betrokken voertuig opgenomen aantekening in het kentekenregister niet van een snelheidsbegrenzer behoeven te zijn voorzien; c. met een maximumconstructiesnelheid van ten hoogste 25 km/h indien is voldaan aan artikel 5.3a.8. | Visuele controle. – Onderdeel a: of een bus wordt gebruikt door een in artikel 29, eerste lid, of artikel 30b van het RVV 1990 bedoelde dienst, wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport. |
6. | Indien een bus moet zijn voorzien van een controleapparaat: a. moet de bus zijn voorzien van een installatieplaatje en mag de op het installatieplaatje vermelde geldigheidsduur niet zijn verstreken, met dien verstande dat de geldigheidsduur maximaal 24 maanden vanaf de installatiedatum bedraagt; b. moet het onder a bedoelde installatieplaatje zijn voorzien van een verzegeling dan wel zodanig zijn aangebracht dat dit bij verwijdering onherstelbaar wordt beschadigd; c. mag de omtrek van de op de aangedreven wielen gemonteerde banden niet meer dan 4% afwijken van de waarde die op het onder a bedoelde installatieplaatje is vermeld, en | – Onderdeel a: de aanwezigheid van en de geldigheidsduur op het installatieplaatje van de tachograaf wordt visueel gecontroleerd. – Onderdeel b: visuele controle van de verzegeling van het installatieplaatje van de tachograaf. – Onderdeel c: bij twijfel meting van de bandenomtrek. – Onderdeel d: visuele controle van alle zichtbare aansluitingen en verbindingen van de tachograaf. – De wijze van gebruik van het voertuig en de onderdelen a tot en met d worden niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport, indien er geen installatieplaatje in of op het voertuig aanwezig is. |
d. moeten het controleapparaat en de voor het functioneren noodzakelijke aansluitingen met behulp van een verzegeling zijn beschermd tegen een niet-toegestane wijziging in de instellingen of onderbreking van de stroomvoorziening. |
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
§ 4
Krachtoverbrenging
Artikel 5.3a.16
Eisen | Wijze van Keuren | |
1. | De aandrijving van bussen en de bevestiging daarvan moeten deugdelijk zijn. Indien sprake is van corrosie is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing. | Visuele controle, terwijl de bus zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Een volledig doorgescheurde flexibele koppeling is toegestaan, mits de aandrijfas op zijn plaats blijft. |
2. | Stofhoezen van aandrijfassen moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de hoezen niet meer afdichten. | Visuele controle, terwijl de bus zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. |