Regeling voertuigen Actueel

Inhoud

§ 6

Diversen

Artikel 5.18.60

  1. Bromfietsen op drie of meer wielen met een carrosserie moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een rond bord of rond vlak met een doorsnede van ten minste 0,20 m, wit van kleur met een rode rand en met in het witte vlak duidelijk leesbaar de aanduiding ‘45’ in zwarte kleur.

  2. Aanhangwagens ingericht voor het vervoer van personen moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een rond bord of rond vlak met een doorsnede van ten minste 0,20 m, wit van kleur met een rode rand en met in het witte vlak duidelijk leesbaar de aanduiding ‘25’ in zwarte kleur.

Artikel 5.18.61

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5.3.1, 5.3a.1 en 5.12.1, moeten:

  1. bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg en bestemd voor het vervoer van goederen,

  2. bussen, en

  3. aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg, zijn voorzien van:

    1. een constructieplaat, waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister, en een plaat waarop zijn vermeld:

      1. de naam van de fabrikant;

      2. het voertuigidentificatienummer;

      3. de lengte van het motorvoertuig of de aanhangwagen;

      4. de breedte van het motorvoertuig of de aanhangwagen;

      5. de afstand tussen de voorkant van het motorvoertuig en het middelpunt van de koppelinrichting ervan, en

      6. de afstand tussen het middelpunt van de koppelinrichting van de aanhangwagen en de achterkant van de aanhangwagen, hetzij

    2. één plaat waarop de gegevens van de onder 1° bedoelde platen zijn vermeld, hetzij

    3. een door de Dienst Wegverkeer afgegeven document waarin de gegevens van de onder 1° bedoelde platen zijn vermeld.

Artikel 5.18.62

  1. Op een afsleepas zijn de artikelen 5.12.3, 5.12.6, zesde lid, 5.12.18, 5.12.27, 5.12.31, eerste tot en met zevende lid, 5.12.66 en 5.12.68 van overeenkomstige toepassing.

  2. Een afsleepas moet zijn voorzien van een constructieplaat waarop naast het type ten minste de technisch toegestane maximummassa is aangegeven.

  3. Aan de achterzijde van het door de afsleepas gesleepte voertuig moet een lichtbalk zijn geplaatst die is aangesloten op de verlichting van het trekkende voertuig met ten minste twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers.

Artikel 5.18.63

  1. In het trekkend voertuig dat een samenstel vormt met één of meer aanhangwagens die zijn ingericht voor het vervoer van personen is per mogelijke indeling op een goed zichtbare plaats aangegeven voor welke hellingsgraad het samenstel geschikt is. Indien de maximummassa van het samenstel afhankelijk is van een bepaalde hellingsgraad, moet dan zijn aangegeven. De bestuurder neemt de hiervoor bedoelde grenzen in acht.

  2. Het trekkend voertuig dat een samenstel vormt met één of meer aanhangwagens die zijn ingericht voor het vervoer van personen is voorzien van ten minste één draagbaar blustoestel met een inhoud van ten minste 2 kg ABC-bluspoeder.

← terug naar Regeling voertuigen