Fietsen met trapondersteuning mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op het vermogen of het functioneren van de trapondersteuning, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel h, van verordening 168/2013, te bemoeilijken of te beïnvloeden.

Visuele controle, waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of ingeschakeld. Eventueel wordt een snelheidsmeting opnieuw uitgevoerd.