Eisen

Wijze van Keuren

1.

Bedrijfsauto’s mogen:

a. niet langer zijn dan 12,00 m;

b. niet breder zijn dan 2,55 m, en

c. niet hoger zijn dan 4,00 m.

Leden 1 tot en met 3: visuele controle. In geval van twijfel wordt de bedrijfsauto gemeten, waarbij de in het eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, bedoelde maten niet meer dan 1% mogen afwijken. Artikel 5.1a.1 is van toepassing.

2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, mogen:

a. rijdende werktuigen niet langer zijn dan 20,00 m;

b. kermis- en circusvoertuigen niet langer zijn dan 14,00 m; en

c. bedrijfsauto’s met een verlengde cabine langer zijn dan 12,00 m, maar niet langer dan het voor de lengte vermelde gegeven op de voor het voertuig afgegeven kentekencard, dan wel het kentekenbewijs en in het kentekenregister.

3.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, mogen:

a. geconditioneerde voertuigen niet breder zijn dan 2,60 m;

b. bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 10.000 kg, en in gebruik genomen voor 1 februari 1999, niet breder zijn dan 2,60 m;

c. rijdende werktuigen niet breder zijn dan 3,00 m; en

d. bedrijfsauto’s met een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h niet breder zijn dan 3,00 m indien de breedtevermeerdering het gevolg is van de montage van bredere banden of dubbellucht banden en de daarvoor noodzakelijk aangebrachte wielafscherming en markering. Uitrusting breder dan 2,55 m vallende binnen het breedste punt van de banden wordt niet in aanmerking genomen, indien deze te demonteren is en niet leidt tot extra laadruimte.

4.

In de afmetingen, bedoeld in het eerste en het derde lid, zijn afneembare bovenbouwen en gestandaardiseerde laadstructuren, zoals containers, begrepen.