-
Verordening (EU) 167/2013 is van overeenkomstige toepassing op fabrikanten, de wijze waarop een nationale typegoedkeuring als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verleend en het toezicht op de conformiteit van de productie, tenzij anders bepaald in deze afdeling of in verband met de uitvoering van deze afdeling, in door de Dienst Wegverkeer vastgestelde alternatieve voorschriften.
-
In afwijking van verordening (EU) 167/2013 kan een typegoedkeuring voor een mobiele machine tevens worden aangevraagd door en verleend aan een andere marktdeelnemer dan een fabrikant van mobiele machines, indien deze voldoet aan de eisen die voor het indienen van een aanvraag en voor het verlenen van een typegoedkeuring in de verordening en in deze regeling aan de fabrikant worden gesteld.
Regeling voertuigen Actueel
Inhoud
Afdeling 6
Artikel 3.6.1
-
Mobiele machines voldoen voor het verkrijgen van een nationale typegoedkeuring aan:
de eisen in:
- 1°
richtlijn 2006/42/EG;
- 2°
verordening (EU) 2016/1628;
- 3°
bijlage XX bij verordening (EU) 2015/208;
- 4°
VN/ECE-reglement nr. 67 inzake uniforme voorschriften voor de goedkeuring van specifieke voorzieningen en voertuigen voor het gebruik van vloeibaar petroleumgas;
- 5°
VN/ECE-reglement nr. 100 inzake uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen wat de specifieke voorschriften voor de elektrische aandrijflijn betreft;
- 6°
VN/ECE-reglement nr. 110 inzake uniforme voorschriften voor de goedkeuring van specifieke voorzieningen en voertuigen voor het gebruik van gecomprimeerd aardgas en/of vloeibaar aardgas;
- 7°
VN/ECE-reglement nr. 115 inzake uniforme bepalingen voor de goedkeuring van specifieke retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van LPG of CNG als brandstof, ten aanzien van de voorschriften voor de bevestiging van LPG- en CNG-tanks;
- 8°
bijlage VII bij verordening (EU) 2015/208, ten aanzien van het gestelde omtrent het gezichtsveld;
- 9°
Verordening (EG) 79/2009 zoals deze verordening luidde op 5 juli 2022;
- 10°
Verordening (EU) 406/2010 zoals deze verordening luidde op 5 juli 2022;
- 11°
bijlage XII bij verordening (EU) 2015/208, ten aanzien van het gestelde omtrent signalisatieborden en signalisatiefolies; en
- 1°
de in hoofdstuk 5 voor de desbetreffende voertuigcategorie vastgestelde permanente eisen.
-
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de Dienst Wegverkeer vrijstelling verlenen van de daarin bedoelde goedkeuringseisen en een nationale typegoedkeuring verlenen voor zover wordt voldaan aan de in verband daarmee door de Dienst Wegverkeer vastgestelde alternatieve voorschriften.
Artikel 3.6.2
-
De Dienst Wegverkeer kan voor mobiele machines die niet aan de in artikel 3.6.1, eerste of tweede lid, bedoelde goedkeuringseisen wat betreft afmetingen en massa’s kunnen voldoen, hiervan vrijstelling verlenen en voor deze voertuigen een nationale typegoedkeuring verlenen.
-
Deze nationale typegoedkeuring wordt verleend voor zover wordt voldaan aan de in verband daarmee door de Dienst Wegverkeer vastgestelde alternatieve voorschriften en tevens:
indien de breedte meer dan 3,00 m bedraagt, een geel zwaai-, flits of knipperlicht op de mobiele machine is gemonteerd dat voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 65 en overeenkomstig dat reglement gecertificeerd is, waarbij het licht zodanig gemonteerd is dat het signaal kan worden waargenomen rondom het voertuig vanaf een afstand van 20,00 m vanaf het voertuig, gemeten op 1,50 m boven het wegdek;
indien de breedte meer dan 3,00 m bedraagt:
- 1°
de maximumconstructiesnelheid niet hoger is dan 40 km/h;
- 2°
de buitenspiegels en cameramonitoringsystemen inclusief hun armen omklapbaar zijn; en
- 3°
een markering van de breedte aan de voor- en achterzijde van de mobiele machine aanwezig is die voldoet aan artikel 132 van bijlage VIII bij deze regeling;
- 1°
indien de massa onder een niet-geveerde aangedreven as meer is dan 12.000 kg, de maximumconstructiesnelheid niet hoger is dan 40 km/h.
-
In het goedkeuringscertificaat voor het voertuig wordt beschreven van welke goedkeuringseisen een vrijstelling is verleend en wordt vermeld dat om die reden het rijden met het voertuig alleen is toegestaan indien een ontheffing als bedoeld in artikel 149 of 149a van de wet aanwezig is.
Artikel 3.6.3
-
Mobiele machines met een datum van eerste toelating op of na 1 januari 2021 voldoen voor het verkrijgen van een nationale individuele goedkeuring aan:
de eisen in:
- 1°
richtlijn 2006/42/EG;
- 2°
verordening (EU) 2016/1628;
- 3°
bijlage XX bij verordening (EU) 2015/208;
- 4°
VN/ECE-reglement nr. 67 inzake uniforme voorschriften voor de goedkeuring van specifieke voorzieningen en voertuigen voor het gebruik van vloeibaar petroleumgas;
- 5°
VN/ECE-reglement nr. 100 inzake uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen wat de specifieke voorschriften voor de elektrische aandrijflijn betreft;
- 6°
VN/ECE-reglement nr. 110 inzake uniforme voorschriften voor de goedkeuring van specifieke voorzieningen en voertuigen met betrekking tot de installatie van specifieke onderdelen van een goedgekeurd type voor het gebruik van gecomprimeerd aardgas (CNG) en/of vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof;
- 7°
VN/ECE-reglement nr. 115 inzake uniforme bepalingen voor de goedkeuring van specifieke retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van LPG of CNG als brandstof, ten aanzien van de voorschriften voor de bevestiging van LPG- en CNG-tanks;
- 8°
bijlage VII bij verordening (EU) 2015/208, ten aanzien van het gestelde omtrent het gezichtsveld;
- 9°
Verordening (EG) 79/2009 zoals deze verordening luidde op 5 juli 2022;
- 10°
Verordening (EU) 406/2010 zoals deze verordening luidde op 5 juli 2022; en
- 11°
bijlage XII bij verordening (EU) 2015/208, ten aanzien van het gestelde omtrent signalisatieborden en signalisatiefolies; en
- 1°
de in hoofdstuk 5 voor de desbetreffende voertuigcategorie vastgestelde permanente eisen.
-
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de Dienst Wegverkeer voor een voertuig vrijstelling verlenen van de in het eerste lid voor de desbetreffende voertuigcategorie opgenomen goedkeuringseisen en een nationale individuele goedkeuring verlenen voor zover wordt voldaan aan de in verband daarmee door de Dienst Wegverkeer vastgestelde alternatieve voorschriften.
-
De Dienst Wegverkeer stelt in elk geval alternatieve voorschriften als bedoeld in het tweede lid vast voor de goedkeuring van voertuigen die ten behoeve van het gebruik door een gehandicapte zijn aangepast.
Artikel 3.6.3a
Mobiele machines met een datum van eerste toelating van voor 1 januari 2021, voldoen voor het verkrijgen van een nationale individuele goedkeuring aan:
de eisen in:
- 1°
richtlijn 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG 1998, L 207), indien het voertuig in gebruik genomen is na 31 december 1992 en voor 29 december 2009; of
- 2°
richtlijn 2006/42/EG, indien het voertuig in gebruik genomen is na 28 december 2009; en
- 1°
de in hoofdstuk 5 voor de desbetreffende voertuigcategorie vastgestelde permanente eisen.
Artikel 3.6.4
-
De Dienst Wegverkeer kan voor mobiele machines die niet aan de in artikel 3.6.3, eerste of tweede lid, of 3.6.3a bedoelde goedkeuringseisen wat betreft afmetingen en massa’s kunnen voldoen, hiervan vrijstelling verlenen en voor deze voertuigen een nationale individuele goedkeuring verlenen.
-
Deze nationale individuele goedkeuring wordt verleend voor zover wordt voldaan aan de in verband daarmee door de Dienst Wegverkeer vastgestelde alternatieve voorschriften en tevens:
indien de breedte meer dan 3,00 m bedraagt, een geel zwaai-, flits of knipperlicht op de mobiele machine is gemonteerd dat voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 65 en overeenkomstig dat reglement gecertificeerd is, waarbij het licht zodanig gemonteerd is dat het signaal kan worden waargenomen rondom het voertuig vanaf een afstand van 20,00 m vanaf het voertuig, gemeten op 1,50 m boven het wegdek;
indien de breedte meer dan 3,00 m bedraagt:
- 1°
de maximumconstructiesnelheid niet hoger is dan 40 km/h;
- 2°
de buitenspiegels en cameramonitoringsystemen inclusief hun armen omklapbaar zijn; en
- 3°
een markering van de breedte aan de voor- en achterzijde van de mobiele machine aanwezig is die voldoet aan artikel 132 van bijlage VIII bij deze regeling;
- 1°
indien de massa onder een niet-geveerde aangedreven as meer is dan 12.000 kg, de maximumconstructiesnelheid niet hoger is dan 40 km/h.
-
In het goedkeuringscertificaat voor het voertuig wordt beschreven van welke goedkeuringseisen een vrijstelling is verleend en wordt vermeld dat om die reden het rijden met het voertuig alleen is toegestaan indien een ontheffing als bedoeld in artikel 149 of 149a van de wet aanwezig is.