Regeling voertuigen Actueel

Inhoud

§ 8

Reminrichting

Artikel 5.6a.31

Eisen

Wijze van keuren

1.

Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een goedwerkend remsysteem, waarvan de onderdelen:

a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;

b. niet door corrosie zijn aangetast;

c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken; en

d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen;

e. niet aanlopen;

f. niet langs voertuigdelen schuren.

Leden 1 en 2: visuele controle, waarbij een rijproef wordt uitgevoerd.

2.

Het voertuig mag als gevolg van het remmen of van een snelheidsvermindering geen zijwaartse beweging maken.

3.

De remhendel of het rempedaal maakt geen zodanige slag dat deze tot een aanslag kan worden ingedrukt of ingetrapt.

Controle waarbij het rempedaal wordt ingetrapt met een kracht van ten hoogste 500 N (50 kg). Bij een remhendel moet dit worden uitgevoerd met de maximale handkracht.

4.

De remkabels zijn niet gerafeld en goed gangbaar.

Visuele controle, waarbij de rem wordt bediend.

5.

De bediening van het remsysteem wordt door geen enkel onderdeel van de bijzondere bromfiets belemmerd.

Leden 5 en 6: visuele controle.

6.

Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een hydraulisch remsysteem, bevindt het remvloeistofniveau zich niet onder het minimum.

Artikel 5.6a.38

Eisen

Wijze van keuren

1.

Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een remsysteem waarvan de remvertraging ten minste 4,0 m/s2 bedraagt.

Bij twijfel controle door middel van een vertragingsproef, waarbij aan de hand van de afgelegde vertragingsafstand wordt bepaald of aan de vereiste vertraging wordt voldaan.

2.

Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van ten minste één frictierem.

Leden 2 tot en met 5: visuele controle

3.

Bijzondere bromfietsen moeten op alle assen geremd zijn.

4.

Bijzondere bromfietsen mogen voorzien zijn van een noodstopsysteem.

5.

Bijzondere bromfietsen op meer dan twee wielen moeten zijn voorzien van een vastzetinrichting.

6.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op bijzondere bromfietsen die geproduceerd zijn op basis van een aanwijzing die afgegeven is voor 2 mei 2019.

← terug naar Regeling voertuigen